Ingedeeld onder: __Nederlands
Laat ik beginnen met de foto van mijn wiel in de oceaan als bewijs dat ik de idiote traditie van mensen die het continent per fiets hebben overgestoken in ere houd. Op het moment dat ik de foto probeer te maken loopt er een vrouw voorbij. Ik voel de neiging uit te leggen waarom ik deze foto maak, maar zonder te hebben geluisterd kapt ze mijn uitleg halverwege af en groet mij terwijl ze vlug doorloopt. Misschien ziet ze mij aan voor een ontsnapte patiënt uit een gekkenhuis die in de veronderstelling verkeert dat je over water kunt fietsen en wanneer je deze mensen een vinger aandacht geeft, pakken ze je hand. Doorlopen en niet meer omkijken, negeren is het beste medicijn…
LA – Monterey - 322 mijl
Vaak waanzinnig, soms overdonderend en een enkele keer verpletterend mooi! Dat is hoe mijn rit langs de westkust omhoog kan worden samengevat. En niet alleen is de route mooi, hij is op bijna alle schalen van belang ook zeer geschikt voor de rondtrekkende fietser. Er zijn niet teveel auto’s, de weg is van zeer goede kwaliteit, er zijn krankzinnig veel State parks (klein maar bijzonder fijn), kamperen is goedkoop (de prijzen varierën van drie tot vijf dollar per nacht, maar rond de twintig dollar wanneer je geen fietser of voetganger bent en daarmee is Californië eerste staat waar ik mij als fietser bevoordeeld voel!), automobilisten zijn bijna altijd vriendelijk en steken vaak hun hand uit het raam en daarna hun duim op en het belangrijkste, de natuur is hier zowel qua uitzicht als qua aanwezigheid van levend wild absoluut bevredigender dan mijn reis totaan de westkust. Maar ik schreef op bijna alle schalen. Helaas is de schaal van Beaufort in combinatie met de richting van waaruit de wind vaak krachtig waait wederom niet in mijn voordeel.
Gelukkig is de bries die mijn neusgaten vindt van een constante zilte frisheid waardoor ze, hoewel in mijn gezicht, anders aandoet dan tijdens mijn oversteek door het continent. Behalve de zilte noot in de lucht die in de woestijn moeilijk te vinden is doel ik hier vooral op het woord constant. Steden gevangen in een vallei of in hun eigen formaat, gehuld in een lichte mist van uitlaatgassen ben ik niet tegenkomen en zal ik niet meer aandoen tot ik terugfiets van oost naar west. Het tweede type geur dat ik gelukkig niet meer op heb hoeven snuiven sinds ik LA verlaten heb is die van diercarcassen. Wanneer je voordat je een overleden dier passeert een goede inschatting kan maken of het een overleden hert of ongelukkig stinkdier betreft ben je een paar stappen dichterbij de praktijkkennis van een patholoog anatoom dan gewenst. Niets meer van dit nu ik mijn weg naar het noorden aan het vinden ben, gelukkig.
Voor de aangename verandering tref ik hier levende dieren langs de kant van de weg. Ik heb in drie weken tijd walvissen, dolfijnen, condors en raccoons gezien. De eerste drie vanaf respectable afstand, de laatste van dichterbij dat je denkt, daar ga ik eens rustig een mooie foto van maken. Een week geleden namelijk werd ik, diep slapend in de veilige cocon van mijn slaapzak wakker van een krassend geluid op mijn tent. Ik doe mijn ogen open en zie op vijftien centimeter afstand een ronde schaduw op het tentzeil. Een egel, denk ik in eerste instantie…niets anders dan een mietje in een stoere outfit, een punkertje, nooit zwaar genoeg bevonden door Meneer de Uil voor zelfs maar het kleinste artikel in de Fabeltjeskrant. Dus ik sla hard op de grond en roep iets van ‘KSST!, SHOO!’. Het gekras stopt, maar de schaduw blijft. Half in mijn slaap en nauwelijks in staat tot denken heb ik de rits van de tent geopend en staar recht in de ogen van een raccoon. Ik herhaal, luider nu, mijn ‘KSST!, SHOO!’-kreet, de universele taal waarmee dieren in de VS worden weggejaagd. Maar deze raccoon spreekt of de taal niet, of is doof, want behalve een ietwat sullige, half onderzoekende blik en een miezerig half stapje achteruit ontlok ik met mijn kreet geen reactie. Ik begin te beseffen dat dit misschien geen heel veilige situatie was. Een dier dat oog in oog met een mens geen vluchtreactie vertoont is of passief of aggressief en ik heb geen zin uit te vinden welke van de twee. Het licht van mijn zaklantaarn (bliksemsnel getrokken uit een van mijn tassen) recht in zijn ogen bleek het dier uiteindelijk de gewenste podiumangst geven en langzaam verdween hij achteruitlopend uit het zicht. Een halve minuut later besefte ik wat een prachtige mogelijkheid voor een foto ik zojuist gemist had en vijf minuten later liep ik met mijn zaklantaarn en camera over het kampeerterrein op zoek naar het dier ik zojuist had weggejaagd. De foto geeft aan dat ik uiteindelijk min of meer geslaagd ben met het fotograferen van raccoons, helaas niet meer dan min of meer. Uiteindelijk heb ik aan deze ontmoeting het ongewenste bijeffect overgehouden van het vermoeden dat alle krassende geluiden in de buurt van mijn tent raccoons zijn druk bezig mijn tweede laag van verdediging weg te knagen.
Het zien van wilde dieren in hun natuurlijke omgeving is iets wat natuurlijk tot de verbeelding spreekt, maar hoe ik als stadsmens uit Nederland de dieren eigenlijk het liefst zie is precies als in een dierentuin, maar dan achter een onzichtbaar hek. De raccoons waren veel te dichtbij voor mijn gemak. De walvissen, dolfijnen en condors waren weer te ver weg. Zo ver te ver weg dat ik van de walvissen en dolfijnen niet eens de moeite heb genomen foto’s te maken en de foto die ik van de condor heb gemaakt is voldoende goed als bewijsmateriaal, maar ver beneden niveau als foto voor aan de muur. De juiste afstand tot exotische dieren is te vinden in de dierentuin, maar natuurlijk zorgen de opsluiting en het hek ervoor dat, hoewel minder ideaal in termen van afstand ik de dieren uiteindelijk veel liever zie in hun natuurlijke omgeving. Zeker als die omgeving de westkust van Californië is.
Iets meer over de omgeving. De afgelopen twee weken waren ‘hands down’ de mooiste twee van mijn hele reis. Bergen aan mijn rechterhand, de oceaan aan mijn linkerhand en de weg tien van de veertien dagen precies op de scheidinglijn van deze twee. En er gaan geruchten dat het van hier alleen nog maar mooier wordt. Ik durf het bijna niet te hopen, maar als het zo is dan voel ik mij de komende maand als in een droom die werkelijkheid geworden is. Deze droom en mijn reis als chronologische rode draad nemend komen we aan bij Hearst Castle, het illustere ’droomkasteel’ van William Randolph Hearst, een mediatycoon uit het begin van de vorige eeuw. Aan het einde van een succesvolle carriere besloot deze man een lang gekoesterde droom te verwezenlijken, een kasteel op de heuvels waar hij als kind vele vakanties heeft doorgebracht. Dat hij deze vakanties in zijn jonge jaren op familiegrond heeft doorgebracht heeft het verwezenlijken van deze droom ongetwijfeld eenvoudiger gemaakt.
Het ontbreken van een lange geschiedenis heeft als gevolg dat Hearst Castle een van de weinige kastelen is in de Verenigde Staten. Dit in combinatie met het feit dat het publiekelijk toegankelijk is heeft ertoe geleid dat het gebouw bekend is bij alle Amerikanen die beginnen te kwijlen bij de term ‘the american dream’. Hearst Castle was, en is het levende bewijs van hoe the american dream een populaire realityshow kan worden, gezien de onverwachte hoeveelheid toeristen op maandagochtend half elf ’s ochtends geduldig wachtend in de rij voor de busrit naar ingang van het kasteel, bovenop een bergtop enkele mijlen verderop. Onverwacht omdat het kasteel ongeveer tweehonderd mijl verwijderd is van zowel Los Angeles als San Francisco en gezien het gebrek aan bezoekers in de state parks die ik daarvoor en daarna bezoek is het geen vakantietijd.
En zo wordt dus duidelijk dat deze prachtige kuststrook, tjokvol adembenemende natuur, voor veel Amerikanen niets anders is dan ‘just another road from A to B’ in dit geval van de grote stad naar een kasteel van een landgenoot met veel knaken. Een kasteel met een mediterraanse buitenkant en een binnenkant die heel sterk doet denken aan een kerk. Terecht omdat het voor een groot gedeelte bestaat uit de voormalige inrichting van verschilllende kerken. De reden hiervoor is dat Hearst veel van de inboedel van europese kerken heeft overgenomen om zijn eigen paleisje in te richten, voor een prikkie zelfs. Europa was namelijk arm in een tijd waar Amerikanen als Rockefeller, Ford en Hearst veel geld hadden. En naar de inrichting van Hearst Castle in te schatten had William Hearst meer geld dan smaak en daarbij een ego zo groot dat de enige waardige inrichting die van een kerk was. Ik laat mijn fantasie de vrije loop en zie hem in zijn pyjama op een enorme pluche rode bank met een glas wijn in zijn hand een schaal macademianoten in zijn schoot beseffend, met een glimlach op zijn gezicht dat hij hier in zijn eigen kerk en zonder prekende priester zijn eigen hemel op aarde heeft geschapen. Hier is hij zijn eigen god…and to hell with the other. Intussen, veel van mijn nachten doorbrengend onder een nylon dak hoop ik dat mijn droom de komende maand zal uitkomen.
Ingedeeld onder: __Nederlands
Route:
Deming - Los Angeles 130 mijl
Laat ik beginnen met fantastisch nieuws. Het verkrijgen van een noodpaspoort was een peulenschilletje. Na een prettig gesprek met de consul bleek dat ik niet meer dan zestig Euro
hoefde te betalen, een vriendenprijs omdat ik zo’n mooie reis aan het maken was (ik heb mij als toerist nooit vriendelijker behandeld gevoeld dan tijdens deze reis en omdat ik besef dat dit weleens dit een unieke jaarlange belevenis is accepteer ik gretig alle vriendelijke gebaren) en dat ik moest zorgen dat ik naar Los Angeles kwam om mijn paspoort op te halen. That’s all! En dus was het, na een paar dagen in het enorme grote en vooral vlakke Phoenix in het prettige gezelschap van Terry & Heather (gevonden via het fantastische warmshowers) “Allez hop!” westwaarts in een rechte lijn richting L.A. Deze paar dagen werd het aantal mijlen totaan Los Angeles en daarmee totaan de langverwachte kust elke dag zoveel kleiner dat de gedachte eindelijk mijn voorwiel in het oceaanwater te parkeren (een idiote traditie, maar wel een grappige manier om het einde van mijn eerste oversteek te markeren) elke heuvel die ik overklom steeds sterker werd. Maar al was ik op de kaart zo dichtbij, in praktijk bleek de afstand totaan waar het zand het water raakte nog ongelofelijk ver weg.
Totaan Palm Springs kon ik mijn gedachten nog eenvoudig naar de enorme bergen laten afleiden, maar Palm Springs was de eerste plaats waar ik het sterke gevoel bijna in Los Angeles te zijn niet meer van mij af kon schudden. Helaas bleek de ochtend dat ik wakker werd de parallel met Frodo die de ring van de gezapige shire naar Mount Doom brengt geboren. Dat was namelijk de dag dat mijn gps volledig weigerde te werken, waardoor ik mijn weg naar en door Los Angeles min of meer moest gissen. Het was de dag dat mijn Sam zijn ogen niet meer opendeed en ik een comfortabele rit naar de kust kon vergeten.
De kaart die ik bij een van de steeds talrijkere benzinestations had aangeschaft was op zo’n grote schaal getekend dat zelfs de snelwegen niet meer dan gevaarlijke dunne blauwe lijntjes op de kaart werden. Secundaire wegen waren alleen getekend wanneer deze zich op respectabele afstand van de snelweg waren aangelegd. Het gevolg hiervan was dat ik de twee dagen na mijn overnachting in Palm Springs grotendeels over de schouder van de snelwegen heb doorgebracht. Wanneer het gemak van de gps wegvalt opent dit op papier de weg naar avontuur. Avontuur! Sta mij toe een boekje open te doen over wat avontuur betekent wanneer je er middenin zit…
Van Palm Springs naar de eerstvolgende beschaving was niets minder dan een helse beklimming van zevenhonderd meter door een geologische windtunnel tussen twee kilometers hoge bergruggen met naast mij tien banen oorverdovend voorbijronkend verkeer. Daarbij was de wind vaak zo strek dat ik tijdens de zeldzame afdalingen in een licht verzet kracht moest zetten om af te kunnen dalen. Nadat ik eindelijk de bewoonde wereld had bereikt kon ik geen kampeerterrein of motel vinden. Na een vruchteloze zoektocht besloot ik mijn tent op een min of meer braakliggend terrein op te zetten. Het terrein was van de weg gescheiden door een spoorbaan. Een verwaarloosbaar detail in de woestijn waar treinen hoogstens eens per twee uur passeren. Irritant tot een niveau dat je je oren uit je hoofd wil trekken in de buurt van een stad met miljoenen inwoners waar de frequentie is opgevoerd naar een keer of vijf per uur. Waar treinen in Nederland spoorwegovergangen oversteken in de relatieve stilte van rollend ijzer op ijzeren bielzen blazen treinen hier op een toeter uit hel van heb ik jou daar wanneer ze een vergelijkbare overgang passeren. En niet een keer, nee, om absoluut zeker te zijn dat ook de truckrijdende ‘Sweet Home Alabama‘ uit zijn opgepompte speakers blazende hillbilly zijn rempedaal op tijd intrapt, toetert de machinist een keer of vier, of waarom niet, nog een keertje extra en lekker lang deze keer…voor de zekerheid.
Hoe ik de slaap heb kunnen vinden is een bewijs van het menselijk vermogen tot aanpassing in elke omgeving. Helaas werd de volgende ochtend mijn vermogen tot aanpassing zover opgerekt dat het elastiekje bijna knapte Vlak nadat de eerste zonnestraal mijn tent raakte werd ik ruw gewekt door het geluid van een stuk of dertig monstertrucks die in een moordend tempo alles om
mij heen van heuvelachtig naar plat als een pannenkoek aan het walsen waren. Ik had mijn tent opgezet middenin de droom van een megalomane projectontwikkelaar. De slaap uit mijn ogen wrijvend besloot ik het hele schouwspel een minuut of tien aan te kijken, maar al snel had ik genoeg van het geluid dat ik de dag daarvoor ook al de hele dag gehoord had en besloot mijn tent af te breken.
Niet lang daarna fietste ik weer op het bekende stukje schouder langs de snelweg. Ik kan niet zeggen dat het geluid begon te wennen, maar na een tijdje had het de neiging de overige hersenfuncties (behalve die van mijn rondtrappende benen) uit te schakelen en geleidelijk loste alle uren van die dag zonder enige herinnering op, tot het einde van de dag. Toen begon het zoeken naar een geschikte slaapplaats opnieuw en deze keer zou ik niet opnieuw in het open veld te slapen. Behalve dat ik niet de kleinste behoefte had was er zo dicht bij Los Angeles geen open veld meer om mijn tent op te zetten. Deze zoektocht duurde tot ongeveer half acht. Het was al een tijdje donker, er waren veel te dichtbij veel te veel auto’s, ik was moe…ik was het zat.
Avontuur! Inderdaad. Een prachtig woord, vol belofte, maar uiteindelijk vooral een prachtig woord achteraf, op de bank met de pantoffels onder tafel. Naar mijn idee is avontuur op het moment dat je er middenin zit vaak iets anders dan een synoniem voor frustratie, vraag maar aan Frodo. Maar
net als voor Frodo nadat hij zich eindelijk van de ring ontdaan had is ook mijn avontuur op een prettige manier geindigd. Ik heb mijn noodpaspoort (!), zo afschuwelijk roze overigens dat ik mij afvraag waarom ze in godesnaam van alle beschikbare kleuren uiteindelijk voor het pupilpijnigende en kringspiersamentrekkende zuurstokroze hebben gekozen. Het antwoord is waarschijnlijk achterin hetzelfde boekje te vinden met het antwoord op de vraag waarom een verlenging van mijn visum 200 dollar kost. Cha-ching, indeed! Maar uiteindelijk betekent dit alles dat ik mijn reis niet onverhoopt hoef af te breken. Het avontuur wordt vervolgd.
Ingedeeld onder: __English
Route: Link
Austin – Del Rio 233 miles
Del Rio – Marathon 174 miles
I think it is easy to conclude from my former update that until I got to Austin, I wished for a little more variation in the surrounding environment during my trip. It wasn’t even the unexpected relative monotony that eventually began to annoy me, especially the fact that the environment didn’t struck me as being very unique to me lead to the lack of enthousiasm when I arrived in Austin. Apart from the size of the cars and the amount of gas stations, I might as well have been cycling in the dutch province of Drenthe which by the way is a beautiful provence, but apparently not beautiful enough to entertain my eyes with for a few months.Several people assured me that the surrounding environment would definitely change after I’d leave Austin and head west.
Unfortunately my faith had been a little busted because I was assured the same during my parts along the eastern coast. But already after a few hours after I’d left Austin it became apparent that Texas Hill Country was not a title thought up by the Union of Texan Travel Bureaus, with the implicit promise of excellent views the hilltops would provide the travelhungry tourists. Texas Hill Country was very, very true. I was provided with one after the other hill like a spoiled brat drowning in toys given by a far too rich aunt with a wart on her nose dying for a little affection from her dearest cousin. So I want hills? Here I have ‘m.
But with these magnificient views , different coloured lights and growth on so many beautifully coloured hillsides, the beautiful weather and the endless silence when the wind dies away I am definitely not complaining.A few days later, with a five kilometer long final descent I reach the end of hill country I cycle into the next unique environment. The desert. The environment here is not for the average American, demanding facilities enhancing comfort in all imaginable situations in which an increased heart rate might be expected, with the result that almost no one lives here. Villages are thirty miles apart on avarage and are often so small that one starts to think how they received a name in the first place. Unfortunately, the modern economy together with its inflation also finds its way into these in-the-middle-of-nowhere-villes,
forcing a part of the citizens to move away elsewhere. The result of this is that a lot of these villages lose their critical mass and at times seem abandoned while at other times they are abandoned. A strange new role for a lot of the broken down houses is that of being a billboard for God & Jesus. Frankly, to me the chance of searching soles finding faith and hope from texts written on the ruins of former places of protection against wind and chill seem rather slim, but apparently some people share a different conviction. While cycling through this beautiful environment, really enjoying myself and the fact that I decided to embark on this wild journey, I suddenly awakened out of my slumber by a sharp cracking sound, followed an hour or so later by an annoying squeeky sound. After some research it turned out my seat post was broken. Luckily I was within a few miles of civilization and I guess I was even luckier when I met a girl on a bicycle. Her name turned out to be Mary and she was on her way to her gallery from where she made and sold her paintings. Mary and her husband Neil happened to own about four bicycles. An hour later my bike was repaired and I had a place to sleep, one of Neil’s three houses, for the upcoming days.Until a few years ago Neil had been a businessman with a growing desire for living in a quiet community. Marathon, a pencil dot of a
town with 455 inhabitants proved to be the perfect place, but it so turned out that Neil’s busy mind was a lot harder to put to rest. This, together with his keen nose for good deals has lead to ownership of several homes and pieces of land in Marathon. The richest man in town, Mr. Big isn’t extremely happy with this situation, especially now Neil owns a piece of land that Mr. Big was particularly keen on. But Mr. Big in his turn owns a piece of land that Neil would like to get his hands on. This game, known by insiders as Marathonopoly has been going on for a while and my guess is that it will be over long after I have set on dutch soil again. In retrospect I think that the fact that my seatpost broke was more of an advantage than a disadvantage. If it wouldn’t have broken I wouldn’t have met Mary and would have come to know nothing more about Marathon than the quality of cable television in Motel Marathon for something like 35 bucks a night, waiting for a snowstorm that eventually laid a plaid of snow about five inches thick over the town. In stead, I had an awesome time with Mary, Neil and several of their friends, including Kate, an artist living in Marfa, which turned out to be my next sleeping place. If only the wind is going to help my out tomorrow….that’s all I can wish for.
Ingedeeld onder: __Nederlands
Route:
Marathon - Van Horn 130 mijl
Van Horn – Deming 220 mijl
Vandaag ben ik aangekomen in Deming en deze dag is even goed als alle andere om het volgende te vertellen.
Vorige week heb ik in een besneeuwd Van Horn, een stadje in de westpunt van Texas een vluchtige ontmoeting gehad met een van mijn conta-productieve zijdes. Alweer. Precieze tijd en lokatie onbekend, maar enkele uren na onze ontmoeting was ik mijn paspoort
kwijt. Inderdaad. Ik weet deze keer niet of ik hem ben verloren of dat hij is gestolen en ook kan ik moeilijk aangeven wat de rol is geweest van het onverwachte pak sneeuw wat ervoor heeft gezorgd dat ik mijn paspoort niet hoefde te gebruiken nadat ik door de sneeuw mijn weg naar het postkantoor had geploegd (vanwege het dikke pak sneeuw was het postkantoor, net als de snelweg, gesloten en hierdoor hoefde ik mij niet te legitimeren voor het pakketje dat achter de gesloten glazen deuren op mij lag te wachten). Wat ik wel weet is dat ik na mijn bankpasjes en gps nu ook mijn paspoort kwijtgeraakt. In mijn voorlaatste verslag schreef ik hoe mijn stemming veranderde van zonnig naar bewolkt en dat ik niet kon geloven dat het verlies van twee rechthoekige stukjes plat plastic mijn stemming kon bepalen. Nu weet ik dat ik gelijk had. De echte reden was niet de onverwachte onmogelijkheid tot opname van snel geld, de echte reden was ikzelf.
Mijn gps en bankpasjes waren echt gestolen en ook mijn paspoort had ik vlak een paar uur voor ik hem kwijtraakte nog in mijn bezit. Dus hoewel het mij bijna onmogelijk lijkt dat ik hem gewoon ben verloren, ergens heb ik het gevoel dat ik hier niet helemaal onschuldig ben. Want hoewel ik natuurlijk begrijp dat je zo ongeveer alles mag kwijtraken, alles behalve deze drie dingen (!), ben ik op dit gebied helaas gezegend met een dosis talent vergelijkbaar met de natuurlijke dosis sex appeal van het woord griesmeelpudding, waardoor ik nu tot de selecte groep toeristen behoor die de ene dag wakker wordt zonder bankpasjes en de andere dag zonder paspoort.
Gelukkig voor mij kan ik zeggen dat het scheppingsverhaal in mijn voordeel spreekt. Adam was gecreeerd als een naakte man en zijn enige persoonlijke bezit was een vijgeblad. En na al die jaren van natuurlijke selectie zijn documenten ter identificatie van wie iemand is, apparaten die vertellen waar iemand is en kaarten die gebruikt kunnen worden om te kopen wat iemand wil nog steeds geen onderdeel van onze genetische code. Baby’s worden naakt geboren en alles wat ze gedurende hun verdere leven vergaren zijn dozen en dozen vol persoonlijke eigendommen. Toevallig heeft mijn doos een enorm gat in de bodem en hoewel ik hiervan inmiddels op de hoogte ben kies ik ervoor de doos niet voor mijn buik te dragen, omdat die grote doos voor je buik de neiging heeft een gedeelte van je uitzicht weg te nemen. Zo blijk ik twintig jaar nadat ik een huissleutel om mijn nek moest dragen omdat ik hem anders ongetwijfeld zou verliezen bijzonder weinig veranderd. Was ik de eerste man op aarde dan was ik waarschijnlijk behalve de grootste landeigenaar ter wereld waarschijnlijk ook de eerste onvrijwillige part-time exhibitionist, de helft van de tijd op mijn knieen tussen de struiken op zoek naar mijn vijgeblad.
Dat ik dit met een lach vertel betekent niet dat ik trots of zelfs maar blij ben met deze eigenschap en klakkeloos accepteer dat ik dingen kwijtraak waar de meeste mensen zo zuinig op zijn dat ze ze nooit kwijtraken. Ook ik kan niet zonder de dingen die ik ben kwijtgeraakt en verlies dus zomaar veel tijd met het opnieuw aanvragen van mijn passen. Op dit moment ben ik onderweg naar Phoenix waar ik een nieuw paspoort zal moeten aanvragen en dit zal waarschijnlijk weer enkele weken van mijn kostbare reistijd af gaan snoepen. Helaas zijn er in mijn leven veel momenten waarop ik niet op mijn bezittingen let, omdat ik met mijn hoofd in de wolken, langs het asfalt of bij de muziek uit mijn oordopjes ben en dat heeft dus als gevolg dat ik materieel en tijd verlies. Om tijd terug te winnen voor dit specifieke geval speelde ik met de gedachte de trein te nemen vanaf El Paso naar Phoenix.
Een plan waar ik mij waarschijnlijk aan zou hebben gehouden als ik niet rond zes uur in Fort Hancock, het laatste dorp voor Del Rio bij een benzinestation stopte voor een koele verfrissing. Op het moment dat ik voor de ingang van mijn fiets aftstapte, stapte een
atletisch gebouwde lange figuur met een beginnende grijze baard en skimuts naar buiten. Met een dikke glimlach gericht naar mijn even dikke fietstassen vroeg hij wat mijn plan was. Nadat ik hem in tweeenhalve seconde mijn plan uit de doeken had gedaan, inclusief het plan op zoek te gaan naar het treinstation in El Paso (het geluid van ronkende moteren van auto’s op weg weet ik veel waarheen in een parfum van licht ontvlambare gassen geeft mij altijd het gevoel dat er geen tijd te verliezen is, waardoor ik informatie deel in een tempo dat de luisteraar het gevoel moet geven dat ik zojuist een cocktail van benzine en speed naar binnen heb geslurpt) antwoordde hij of ik ooit van de ‘Ride accross America’ gehoord had. En inderdaad, dit was inmiddels de derde keer dat iemand de naam ‘RAAM’ had laten vallen.
RAAM! De mytische race waarin bovennatuurlijk getalenteerde atleten non-stop van kust naar kust racen in een dag of tien. Schijnbaar. Ik vond het maar moeilijk te geloven en had beide vorige keren het gevoel te maken te hebben met het ‘In America everything’s bigger‘-syndroom. Leuk en knap dat jij rond Amrika fietst, maar…
Maar deze keer was anders, mede omdat hij vertelde twee keer onderdeel te zijn geweest van de crew, maar ook en vooral om kracht te geven aan zijn argument niet de trein te nemen, ik zou er voor altijd spijt van hebben. Het zou hetzelfde zijn als zeggen dat ik bijna, bijna sex zou hebben gehad met Madonna. Nu vond ik het Madonna voorbeeld niet bijzonder sterk, zij is bijna vijftig en dus bijna twintig jaar ouder dan ikzelf, maar hij was dan ook een stuk ouder dan ik en het idee was duidelijk.Het zou nogal arrogant en dom van mij zijn zijn advies in twijfel te trekken. Deze man had mensen, hoewel superatleten, begeleid van de west naar oostkust in een onmogelijk en buitenaards snelle tijd. Hoewel superatleten, je hebt motivators van Mars nodig om je
binnen negen dagen (inclusief slaaptijd) vierduizend mijl, ongeveer zevenhonderd kilometer per dag, te laten overbruggen. Daarbij zag ik een paar uur later toen ik voor het eerst zijn kaartje las dat deze man meerdere skeelerrecords uit het Guiness book of records had gebroken. Hoe zou ik geloofwaardig kunnen maken dat ik met nog meer dan zes maanden te gaan het gevoel had in tijdnood te verkeren? In zijn ogen had ik natuurlijk nog zeeen van tijd, wat, een oceaan vol! Dus ik heb geluisterd en gehoorzaamd. Op dit moment ben ik ergens halverwege tussen Del Rio en Phoenix en weiger na te denken over de twintig mijl per uur tegenwind die mij morgen te wachten staat.
Ingedeeld onder: __Nederlands
Route:
Austin – Del Rio 233 mijl
Del Rio – Marathon 174 mijl
Zoals kon worden opgemaakt uit mijn vorige verlsag had ik totaan Austin op iets meer afwisseling in omgeving gehoopt. Het was niet eens zozeer de onverwachte relatieve eentonigheid die mij na een tijdje begon tegen te staan, vooral het feit dat de omgeving mij niet als bepaald nieuw voorkwam zorgde voor een gevoel van teleurstelling en gebrek aan enthousiasme toen ik in Austin aankwam. Afgezien van de grootte van de auto’s en het aantal benzinestations had ik voor het grootste gedeelte net zo goed door Drenthe kunnen fietsen, een prachtige provincie overigens, maar schijnbaar niet mooi genoeg om maanden achtereen mijn ogen mee te vermaken.
Verschillende mensen verzekerden mij dat de omgeving zeker zou veranderen nadat ik vanuit Austin verder westwaarts zou fietsen. Helaas was mijn vertrouwen een klein beetje aangetast nadat mij verschillende keren hetzelfde was verzekerd tijdens het gedeelte van mijn route langs de oostkust. Gelukkig werd enkele tientallen kilometers nadat ik Austin had verlaten duidelijk dat Texas Hill Country geen door de Unie van Texaanse Reisbureau’s bedachte titel was, met de impliciete belofte van prachtige vergezichten die de toppen van de heuvels de reislustige toeristen zou bieden. Texas Hill Country was maar al te waar. De ene na de andere heuvel werd mij voorgeschoteld als een verwend kind dat omkomt in het speelgoed van verwenzuchtige oudtantes met veel teveel geld.
Dus ik wil afwisseling van uitzicht en omgeving? Dan zal ik het krijgen ook! Maar met deze uitzichten, verschillende kleuren licht en begroeiing bovenop langgerekte heuvelruggen, het prachtige weer en de eindeloze stilte als de wind wegvalt op het moment dat ik even besluit te gaan zitten om te genieten van mijn uitzicht hoor je mij niet klagen.
Een paar dagen later bereikte ik met een vijf kilometer lange laatste geleidelijke afdaling het einde van hill country en fietste de volgende unieke omgeving in. Het land ligt hier zovert van de Golf van Mexico & Stille oceaan dat het land officieel woestijn heet, de Chihuahuan woestijn. Een omgeving als deze is niet voor de gemiddelde Amerikaan, voorzieningen wensend ter bevordering van het gemak in alle denkbare facetten van het leven waar een verhoogde hartslag eventueel verwacht kan worden, met als resultaat dat hier bijna niemand woont. Dorpjes liggen gemiddeld vijftig kilometer van elkaar verwijderd en zijn vaak zo klein dat je je afvraagt hoe ze ooit een naam verdiend kunnen hebben. Helaas vindt de economie met haar bijbehoren de inflatie ook naar deze In-the-middle-of-nowhere-villes haar weg, waardoor een gedeelte van de inwoners gedwongen wordt te verhuizen naar omgeving met meer toekomst.
Het resultaat hiervan is dat deze dorpjes hun kritische massa verliezen en soms uitgestorven lijken of zelfs zijn. Een vreemde nieuwe dienst die van veel van de ineengestorte huizen vervullen is die van reclamebord voor God en Jezus. Eerlijk gezegd lijkt mij de kans dat dolende zielen nieuw geloof en vertrouwen vinden vanuit teksten geschreven op de krotten van voormalige beschermplaatsen tegen wind en kou nogal klein, maar blijkbaar delen sommige mensen een andere mening.
Fietsend door deze vervreemdende omgeving, vlak en geel met bruine spikkelbosjes als de pels van een luipaard, afgebroken aan de horizon door bergen en waar al het verkeer dat ik tegenkwam bestond uit een combinatie van vrachtwagens, RV’s en border-patrol trucks voelde ik mij steeds meer een reiziger langs het einde van de wereld, helemaal wanneer ik een van de vele canyons passeerde die de aarde moet hebben gecreeerd om de bergen uit op te trekken. Dit was mijn reis zoals mijn reis bedoeld was…tot een scherpe tik, gevolgd door een irritante piep waarvan ik de oorzaak niet kon vinden tot ongeveer een uur later. Vanaf dat moment begon mijn zadel zich te gedragen als een schommelstoel. Ik was op de hoogte van al de gevoelige onderdelen op mijn fiets: mijn banden, ketting, remmen, derailleur en spaken. Deze onderdelen controleerde en onderhield ik dan ook met een voor mijn doen behoorlijke regelmaat. Aan een zadelpen (het falende onderdeel) kan echter weinig worden gecontroleerd of onderhouden. Een zadelpen is stuk of heel, er is geen tussenstadium en er kan niets aan worden gedaan. Helaas is er ook weinig dat kan worden gedaan nadat een zadelpen breekt. Behalve worden gerepareerd.
Gelukkig was ik in de buurt van de bewoonde wereld en nog gelukkiger was een van de eerste mensen die ik tegenkwam een vrouw op een fiets. De vrouw op de fiets bleek Mary te heten en was op weg naar haar galerie van waaruit ze schilderijen maakte en verkocht. Mary en haar handige echtgenoot Neil bleken een fiets of vier te hebben. Een uur later was mijn fiets gerepareerd en had
ik een slaapplaats, een van Neil’s huizen, voor de komende dagen.
Tot een paar jaar geleden was Neil een zakenman met een groeiende wens voor een rustige omgeving. Marathon, een gehucht met 455 inwoners was de perfecte plaats hiervoor, het lichaam en de geest van Neil bleken echter wat moeilijker tot rust te wiegen en Neil’s neus voor een goede deal heeft ertoe geleid dat hij nu enkele huizen en enkele stukken grond in Marathon bezit. Dit tot ongenoegen van de rijkste man in Marathon, bijgenaamd Mr. Big en eigenaar van een luxe hotel langs de hoofdweg, enkele huizen en meer stukken grond dan Neil. Neil heeft echter een stuk grond langs de hoofdweg op de kop kunnen tikken waar Big Boss al jaren op aast en Big Boss heeft een stuk land dat Neil graag wil hebben. Dit spel, bekend bij ingewijden als Marathonopoly, is al een tijdje aan de gang en zal naar mijn idee pas zijn uitgespeeld lang nadat ik mijn voeten weer op nederlandse bodem heb gezet en boerenkool beschouw als een gewone groente in plaats van een hemels en onbereikbaar gerecht.
Het moment dat mijn zadelpen knapte beschouw ik achteraf meer als een geschenk dan een ongemak. Was mijn zadelpen niet gebroken dan was ik Mary niet tegengekomen en zou ik niets van Marathon hebben geweten behalve de kwaliteit van kabeltelevisie in Motel Marathon voor 35 dollar per dag in afwachting van een sneeuwstorm die uiteindelijk gisternacht een deken van zeker een decimeter sneeuw over het dorp heeft uitgelegd.
In plaats daarvan heb ik me overdag fantastisch vermaakt met Mary, Neil en verschillende van hun vrienden overdag en vond ik ’s nachts een slaapplaats in de vorm van een vrijstaand huis met een bad en een heerlijk zacht bed als schuilplaats voor dezelfde sneeuwstorm. Helaas zal het morgen tijd zijn om te gaan. Hoe gezellig ook, mijn planning laat het niet toe langer te blijven. Ongetwijfeld zal het morgen nog steeds koud en nat zijn, rond het vriespunt met een flinke bries in mijn rug of in mijn gezicht, onmogelijk te zeggen welke van de twee op dit moment. De wind is hier afhankelijk van de bergen en de bergen zijn hier als oude bokkige mannen, vriendelijk de ene minuut en chagrijnig de volgende. Alles wat ik nu kan doen is hopen op een beetje zon, zodat de foto’s in ieder geval oogverblindend mooi zullen worden.
Ingedeeld onder: __English
Route:
Atlanta-Pensacola 324 miles
Pensacola-Gulfport 133 miles
Gulfport-Bogalusa 68 miles
Bogalusa-Austin 528 miles
Three months ago I started this journey in the quiet hope that each day would bring new surprises. Surprises which I would take to me as indispensable vitamins to feed my initially boundless enthusiasm with new impulses each day. I also started this trip in the quiet hope that the only set backs which I would encounter would be physical ones. And finally, I started this trip with a more than quiet hope (the expectation) that the changes in the landscape were going to be more dramatic than a change in the colour of the canopy from dark green to a somewhat lighter dark green. The hope that naivete in my case would be synonymous to realism and the idea that my tour would become a continuous chain of highlights materialized into a fantasy about a month ago.
It was around that time that my bank cards and gps were stolen, and my trip from there to Austin didn’t exactly mark the high light of my trip. And though it would seem obvious to blame this on the fact that my cards were stolen, I had the irresistable
urge to find a deeper reason for my mood swing from sunny to overcast. Not only as a means of killing time in this stubbornly unchanging environment (though the inserted picture, shot after a day filled with horrid weather is a beautiful representation of the opposite), but really because I did not want to believe that my mood could mostly be determined by the loss of two square flat pieces of plastic.
And before I knew it I was contemplating the real reason for my trip, the search to find my inner self and my place within the all covering biggest picture of things. The big questions, questions you would normally only ponder over when you’re drunk I began pondering while being completely sober. The great advantage of being drunk is the cover that slowly but surely is being laid over the night and your mental capacities. After a while questions don’t require answers anymore because as the hours go by you eventually forget to remember the questions. Sober on a bicycle on a quiet road without distractions the questions keep repeating themselves. And without trained psychologists or the Dalai Lama on the side of the road the chance of coming up with the final answers in my head, where I’m fully dependant on my own logic and wisdom are extremely slim.
The only remedy to this mental state is a good follow up question. Standing in front of the house of my next warmshowers host with my bicycle in my hand I was presented with a very good follow up question: “Who in heaven’s name is this BJ (Big Jeff) Johnston character I’d written via warmshowers?” In his kind anwer he had written me that I had a place to sleep for the following days, but he expected to be working around the time I’d show up at his house.
While I’m unloading my bike and he indeed turns out not to be home, I try to get an idea of the type of host I decided to envite myself to as a guest. I look around and I see myself standing on a patch of loose gravel, enclosed at the left side by the road and on the right side by abundantly growing weeds, a jacuzzi and a dirty, no, disgusting! previously white enormous pair of underpants. What a disgusting previously white enormous pair of underpants in front of the front door tells about the type of host is a question with a likely disturbing answer. Especially when I link the state and size of the underpants to the name Big Jeff, and gluttony and sloth, two of the seven deadly sins are starting to seriously mess with my already disturbed fantasy. Unfortunately, for now there weren’t any, more comforting clues. All six windows of the light green painted house only provided me with an inside look up until the closed blinds, about two inches behind the glass, so what the house looked like on the inside remained unanswered. However, blinded windows are sedomly promising. BJ is providing me with a place to sleep the next couple of days, great! I couldn’t decide whether to cheer or swallow. Because it was starting to get dark and cold quickly and because I had no money to stay in a hotel I decided to cheer, albeit quietly. So quietly in fact that it could easily have been mistaken for breathing out loudly.
Four hours later I’m standing in a bar with about ten people (of whom no one was called BJ) slamming shots like it’s water, what it actually is for the most part anyway. And a few hours after that I’m standing next to my bed trying to convince BJ and Ryan (his room mate) that I do really need to get some sleep at this point. Big Jeff (a nick name his parents gave him when he was little) and Ryan turn out to be two bad-ass dudes and the disgusting pair of underpants turns out to be a Halloween prop and current property of Homer, a six months old black lovely labmix. The coming days are highly unlikely to become resting days. The guy who stayed here before me (who also contacted BJ via warmshowers) described them on his weblog as a fucking riot, which basically means that at this point they are living life like it’s a big bottle of beer that ought to be drank through a straw, before dinner time and preferably with an unlimited amount of tequila shots…metaphorically spoken of course (of course!). The current guest (me) thinks they’re mentally unstable isotopes of crazy drunk Uranium, which basically means that they should thank the heavens that they have Johnna the house angel (and non-girlfriend) of Ryan) a little counter balance to otherwise unavoidable total crazyness.
When BJ answered my mail saying I had a place to stay for the next couple of days both of us didn’t know that I’d still be here waiting for my bank cards, four weeks later. The first set of cards got lost in the mail and the second set got delayed because of the holidays. And even though I couldn’t have picked a better place to stay while waiting, now that my cards have finally arrived it’s time to go. Yesterday we were sitting on the couch watching Rome and after a while BJ pushed the “pause-button”, turns to me and says: “You know, when someone asks you, you could actually say you lived in Austin for a while.” When, while being a tourist, you get into this kind of a situation, you indeed feel relieved when the situation finally changes and you can get back to being tourist again. I was anyway, but I’m sure my extended stay in Austin in time will prove to be one of the high lights of my tour. It has to be, I stayed here for a whole fucking month! ;- )
Ingedeeld onder: __Nederlands
Route:
Atlanta-Pensacola 324 miles
Pensacola-Gulfport 133 miles
Gulfport-Bogalusa 68 miles
Bogalusa-Austin 528 miles
Ik begon deze reis drie maanden geleden in de stille hoop dat elke dag nieuwe verrassingen zou brengen. Verrassingen die ik als onmisbare vitaminen tot mij zou nemen om mijn aanvankelijk grenzeloze enthousiasme elke dag opnieuw een impuls te geven. De stille hoop dat de enige tegenslagen die ik zou moeten verwerken lichamelijke tegenslagen zouden zijn. De meer dan stille hoop (de verwachting) dat de veranderingen in het landschap dramatischer zouden zijn de verschuivingen in de kleuren van het bladerdak van donkergroen naar iets minder donkergroen. De hoop dat naiviteit in mijn geval hetzelfde zou zijn als realisme en dat een aaneenschakeling van hoogtepunten geen fantasie zou blijken maar werkelijkheid zou worden. Helaas.
Ongeveer een maand geleden zijn mijn bankpassen en gps gestolen en de reis naar Austin waar ik mijn nieuwe passen heen heb laten sturen markeerde niet het leukste deel van mijn reis. En hoewel het voor de hand ligt het feit dat ik bestolen was als reden hiervoor te beschouwen had ik een onweerstaanbare drang een diepere reden te vinden voor mijn stemmingswisseling van zonnig naar bewolkt. Niet alleen om de tijd te doden in het maar hardnekkig niet veranderende landschap (hoewel de ingevoegde foto, gemaakt na een dag gevuld met noodweer een hele mooie uitzondering weergeeft), maar vooral omdat ik niet wilde geloven dat mijn stemming voor het grootste gedeelte kon worden bepaald door het verlies van twee rechthoekige platte stukjes plastic.
En voor ik het wist was ik aan het piekeren over het doel van mijn reis, de zoektocht naar mijzelf en mijn plaats binnen het grote geheel. De grote zaken, de zaken die er normaal gesproken pas toe doen als je dronken bent begon ik me nu nuchter af te vragen. Het grote voordeel van dronken zijn is de sluier die langzaam maar zeker over de avond en je verstandelijke vermogens gelegd wordt. Na een tijdje hebben vragen geen antwoorden meer nodig omdat je aan het einde van de avond niet meer in staat bent de vragen te herinneren. Nuchter op een fiets over een rustige weg waar niets mij afleidt blijven de vragen zich herhalen. En zonder psychologen of de Dalai Lama langs de weg is de kans op het vinden van de antwoorden in mijn hoofd waar ik geheel aan mijn eigen logica en wijsheid ben overgeleverd bijzonder klein.
De enige remedie voor deze geestelijke toestand is een goede vervolgvraag. Staande voor het huis van mijn volgende warmshowers gastheer met mijn fiets in mijn hand werd ik op mijn wenken bediend met een hele goede vervolgvraag: “Wie is in vredesnaam die BJ (Big Jeff) Johnston die ik via warmshowers had aangeschreven?” In zijn vriendelijke antwoord had hij mij geschreven dat ik een slaapplaats had voor de komende dagen, maar dat hij waarschijnlijk aan het werk was wanneer ik bij zijn huis zou aankomen.
Terwijl ik mijn fiets aan het ontladen ben en hij inderdaad niet thuis blijkt probeer ik om mij heen kijkend een idee te krijgen van het type gastheer waar ik mijzelf had uitgenodigd. Ik kijk om mij heen en zie een erf van los grind, ingesloten aan de linkerzijde door de weg en aan de rechterzijde door wilde begroeiing, een jacuzzi en een enorme vuile, nee smerige voorheen witte onderbroek. Wat een grote smerige voorheen witte onderbroek voor de voordeur verklapt over het type gastheer is een vraag met een waarschijnlijk verontrustend antwoord. Zeker als ik de maat en staat van de onderbroek aan de naam Big Jeff koppel en gulzigheid en luiheid, twee van de zeven dodelijke zonden, met mijn steeds donkerder wordende fantasie aan de haal gaan. Helaas waren er voor nu geen verdere, meer geruststellende aanwijzingen. Alle zes ramen van het lichtgroene huis verschaften mij slechts een uitzicht totaan de gesloten luxaflex, ongeveer anderhalve centimeter achter het glas, dus hoe het huis er van binnen uit zag bleef onbeantwoord. Geblindeerde ramen zijn echter zelden hoopgevend. BJ heeft de komende dagen een slaapplaats voor mij, joepie! Ik wist niet of ik moest juichen of slikken. Omdat het buiten donker en snel kouder werd en ik geen geld had om in een hotel te overnachten besloot ik zachtjes te juichen, maar zo zachtjes dat het makkelijk had kunnen worden aangezien voor hard uitademen.
Vier uur later sta ik in een bar met ongeveer tien mensen (waarvan er geen BJ heet) cocktails weg te slammen of het vruchtensap is, wat het voor het grootste gedeelte ook is. Twee uur daarna probeer ik staande naast mijn bed BJ en Ryan (zijn huisgenoot) te overtuigen dat het voor mij nu echt tijd is te gaan slapen. Big Jeff (een bijnaam die zijn ouders al hadden gegeven toen hij een kleuter was) en Ryan blijken twee bad-ass dudes en de smerige onderbroek blijkt een rekwisiet van Halloween en huidig bezit van Homer, een zwarte zes maanden oude lieve labrador. De komende dagen beloven geen rustdagen te worden. De vorige logee (die BJ ook gevonden had via warmshowers) omschreef ze op zijn weblog als a fucking riot , wat min of meer betekent dat ze momenteel leven alsof het leven een grote fles bier is dat met een rietje dient te worden opgedronken, voor etenstijd en bij voorkeur met een onbeperkte hoeveelheid tequilashots….metaforisch gesproken natuurlijk (natuurlijk!). De huidige logee (ik) thinks they’re mentally unstable isotopes of crazy drunk Uranium, wat min of meer betekent dat ze de hemel op hun knieen mogen danken dat ze Johnna de huisengel (en vriendin van Ryan) hebben als een ietsepietsie tegengewicht voor anderzijds onvermijdbare complete gekte.
Toen BJ mij mailde dat ik een plaats had om te overnachten wisten wij allebei nog niet dat ik hier ongeveer drie weken later, in afwachting van mijn bankpassen, nog steeds zou zijn. De eerste set bankpassen was zoekgeraakt in de post en de tweede set passen was vertraagd vanwege de feestdagen. En hoewel ik geen beter huis had kunnen kiezen om de tijd door te brengen en de feestdagen aan het einde van het jaar mee te maken is het nu ik mijn passen eindelijk heb ontvangen tijd om weg te gaan. Gisteren zaten we op de bank te kijken naar Rome en na een tijdje drukt BJ op “pauze”, kijkt naar mij en zegt. Weet je, jij bent voorbij het punt van toerist-zijn. Iemand die in een gesprek kan laten vallen “Yeah, I lived in Austin for a while” is geen toerist meer. “En dat is waarom ik zo snel mogelijk weg moet wezen hier”,antwoordde ik, waarna we allemaal in lachen uitbarstten omdat ik dat de afgelopen drie weken bijna elke dag gezegd heb. Dat ik terwijl ik dit schrijf tegelijkertijd mijn tassen aan het pakken ben maakt het gelukkig deze keer waar.
Ingedeeld onder: __English
File Route: Wilmington-Atlanta
A week ago I subscribed to a site called ‘www.warmshowers.org’. This site aims to offer free places to stay for cyclists looking for a place to stay. People all over the world have subscribed to site resulting in a world wide network of places to stay. The only condition to subscription is that you have to make your house available to other cyclists looking for a place to stay. My first place was in Wilmington, the city at the end of The Outer Banks. Because of a lack of free beds in the house, my first sleeping place turned out to be the lawn behind the house. Because the people I was staying with were very nice I pitched my tent way beyond daylight time and go to bed. As expected I wake up about an hour or two after I slipped into my comfortable sleeping bag because I feel the need to pee. And as always I try my best to ignore my full bladder (at which I’ve never succeeded), eventually crawl out of my sleeping bag, swing my legs from the inner tent to the vestibule and put my slippers on, slippers which I’ve casually put into a fire ants nest before I went to bed.
When I overlook the damage the next morning I’m glad to be able to put shoes over my feet, not to enjoy the feel of it, but from an optical point of view. And also because they were new. New bicycle shoes, the ones with cleats. Cleats are good because they make it possible to pull up your pedals in stead of only putting them down. Cleats are bad because your feet are actually attached to the pedals resulting in a three fold testing of the resilience of natural grass, which I expect to be in between that of sand and concrete.
But the advantage of more strength outweighed the disadvantage of the embarrassment when I would see my professionally outfitted long distance cycling self fall over at a speed of 1.5 miles an hour. And so I arrived at Atlanta two weeks later. Since Atlanta doesn’t exactly lie on the coast, this was the first time that I deviated from my planned route. But because this was the only time I had the possibility of visiting a Dutch friend I permitted myself to do this.
The days in Atlanta proved to be chock full with full blown American entertainment, with the ice hockey game and a basketball game as the high points. Don’t think of an ice hockey game and a basketball game as just two teams of six athletes struggling to be the victors of the night. Because this isn’t just about winning or losing, this is about entertainment. Every second the puck or ball doesn’t move (approximately every three blinks of an eye) for whatever reason there’s something else happening to please the eyes of the audience. On big ass screens about twenty feet above the dead center of the field there’s a lot else to see, apart from the actual in game score. Amongst them are a live version of guess the price, the kiss-cam, a couple of low talented guys trying to make puts on just a freshly
brought in green trying to win a BMW, basketball playing acrobats somersaulting from a trampoline, trying (and succeeding) to slam dunk basketballs every two seconds or so, sexy catsuited cheerleaders dancing their little dance, live mascottes shooting folded up t-shirts and towels with the team logo dozens of meters high into the public with a high powered gas pistol and… the public itself, like this man right in front providing us with his ultra personal comments during the game and its discontinuances (“Zaza Pachulia, that’s our man ” and then turning to me saying: “I want you to remember that name… ha ”) and answering a phone about half way through the game crooning Lionel Richie’s love song: “Hello, is it me you’re looking for?”, very romantic and very funny.
The next evening to went to Publix, the supermarket Sebastiaan regularly visits and apparently people even need to be entertained when they’re shopping for groceries. When we arrive at the fruit and vegetable isle for some fresh ingredients for the lasagna I was going to prepare for a couple of friends I notice the little spraying heads that turn on every thirty seconds or so to keep the produce looking fresh and of course I notice the accompanying sound of a rolling thunder… I almost made myself sit down with a bottle of wine from on of the ten thousand to choose from and some chips from the snack isle to enjoy this little bit of entertainment in a grocery shop Oh, how I love the soft cushion of entertainment.
Of course all positive has a negative side and in this case it is that all that’s good must come to an end some time. After I’ve given my cycle a thorough scrub and carried out some heavy needed maintenance it was time to get on the road again. For the first time during my travel I really didn’t want to leave. I had to almost pry myself from Sebastiaan’s house, because I simply had too much fun.
Ingedeeld onder: __English
Message: From now on I will add the routes indicating the points between which the stories below ocurred. This way you’ll not only get an idea of what I’ve experienced during my travels, but also where I’ve experienced them.
Route: Lancaster – Waverly
This update is written from behind a computer in a hotel, but this time it hasn’t been the good samaritan drawing his wallet to prove once more what fine people the americans are (however it’s impossible for me to think otherwise). No, this time it has been the State itself reaching me a helping hand. Ironically, it’s only been a few days since I told an enforcer of the law that I hold the government responsible for my only negative experience so far. If I would have met this man after these wonderful nights in a hotel, I undoubtetly would have been milder in my judgement.
But before I unveil the reason for this sympathetic gesture that gives me the prospect of not just one but two days of luxury, I’d like to tell you about my little brush with the strong arm of the law.
And the day had started out so beautiful. It was warm, I had the wind in my back, the sun in my face and smoothly riding along the flat land of the Amish slowly transitioned into a land full of trees through which birds flew that I’d never seen before, fiery red and singing like Abba. And so the hours slowly passed until I arrived at my sleeping place for the night.
Unfortunately, this park turned out to be some sort of golf course and though the green lends itself perfectly as a camp ground, the park attended assured me it really wasn’t supposed to be used as such. Fortunately, Pocahontas State Park turned out to be really closeby, so I turned my bike and rode the three miles to the entrance of my new sleeping place.
Surely this is no problem when youi’re with a car (everyone but me) and probably wouledn’t even really notice the distance, for me it’s increasingly frustrating. The thing is that there wasn’t a cell in my brain anticipating a campsite more than a mile from the entrance and maybe you’ll nderstand my frustration when after dozens of turns I only encouter even more turns whic eventually makes me so mad that I’dd like to kill everything that moves within a twelve mile radius…until I almost run into a sign that says ‘Campground A’ and ‘Campground B’ and all I want to do is take a long hot shower (which turns out not to be there).
The words of the state policeman (called in after my demand to speak to someone about this before I was going topay) the next morning were full of empathy, his eyes and demeanor while sharing this empathy a lot less. And after about fifteen minutes, after I’d payed and he had left, the problem was again just my problem. But at least I made someone lift his fat ass out of his comfeat chair to listen to my problem and softly whistling an improvised tune I leave the forest at exactly ten o’clock.
A big yellow guide called “free campgrounds around the USA’ takes me a few days later to the small town of Waverly. It’s been raining all day and to add to the misery, the highway I should take from here (according to the guide) does not appear to excist I learn after I decide to visit the local police station for advice. Luckily they make me stay at the playground a few hundred yards from the police station. So I pitch my tent and decide to advance reading in Moby Dick. After an hour or so the rain has picked up so much that it sounds as if Moby Dick himself is emptying his spout against my tent. And when I go to sleep the sound ofthe rain wakes me up about every hour increasing in strength overnight. When I wake up the following morning and decide to go outside and check the situation I feel like Noah at the exact moment his arch is lift up from the ground by the water.
I’ve been unbelievibly lucky to pitch my tent at the highest spot (by utter coincidence) of the playground and instantly I feel a strong need for information, meteorological information. On my way to the police station I need to step off my bike because I can’t see the surface of the road (at times the water comes all the way up to my thighs) and when
I arrive at the station I’m immediately treated as a victim of the flood.
And being treated a victim can be very nice sometimes. In fact this time it was so nice because it resulted in my staying at this hotel from which I’m writing this update. I’m almost looking forward to the next flood
Ingedeeld onder: __Nederlands
Route: Wilmington-Atlanta
Een week geleden heb ik mij aangemeld op de site ‘www.warmshowers.org’. Deze site heeft als doel het uithangbord ‘een gratis herberg voor de fietser op zoek naar een gratis herberg’ te zijn. Op deze site hebben mensen over de hele wereld zich aangemeld en wanneer je je aanmeld krijg je toegang tot de lijst met beschikbare slaapplaatsen. De enige voorwaarde voor aanmelden is dat je je eigen huis beschikbaar stelt voor andere reizigers. Mijn eerste herberg was in Wilmington, de stad aan het einde van The Outer Banks. De slaapplaats bleek, bij gebrek aan beschikbare bedden in het huis, een gratis kampeerplek in het gras achter het huis te zijn. Omdat het binnen zo gezellig was zette ik mijn tent pas diep in de avond op. Zoals verwacht word ik nadat ik warm en comfortabel in mijn slaapzak ben geschoven ’s nachts wakker omdat ik moet plassen. En zoals altijd probeer ik mijn volle blaas te negeren (wat mij nog nooit gelukt is), kruip uiteindelijk uit mijn slaapzak, zwaai mijn benen van de binnentent naar de voortent en doe mijn slippers aan, slippers die ik die avond in een mierennest had gezet, een ‘fire ants’ mierennest. Zoals de naam waarschijnlijk doet vermoeden zijn fire ants geen diertjes die machteloos toezien hoe die twee grote blanke stukken vlees hun zorgvuldig opgebouwde zandkorreltjeshuis achteloos vertrappen tot de vormeloze vlakte die het een paar weken daarvoor ook was. Of nou ja, misschien inderdaad klein en machteloos maar dan in ieder geval klein en machteloos met een volle maag, zo lijken ze te denken terwijl ze zich massaal op mijn voeten storten alsof het twee rauwe kipnuggets zijn, .
De volgende ochtend blijkt de schade aan mijn voeten te overzien, wat in dit geval niet betekent dat mijn voeten om aan te zien waren. Nu was het ook weer niet zo erg, maar vanuit optisch oogpunt was ik blij dat ik mijn schoenen had om over mijn voeten aan te trekken. Nieuwe schoenen trouwens met onder de zolen metalen blokjes als bevstigingspunt voor mijn nieuwe klikpedalen. Handig omdat ik nu mijn pedalen ook omhoog kan trekken en dus meer kracht kan zetten tijdens het fietsen, onhandig omdat ik niet zomaar mijn voeten van mijn pedalen kan halen wat mij inmiddels drie keer de veerkracht van gras op het menselijk lichaam heeft laten testen.
Maar het voordeel van meer kracht woog zwaarder dan de schaamte wanneer ik mijzelf als een professioneel uitgedoste langeafstandsfietser met een snelheid van twee kilometer per uur zag omvallen terwijl voor mijn gevoel heel Amerika toekeek, dus kwam ik aan mijn fiets vastgeklikt tien dagen later aan in Atanta. Atlanta ligt zeshonderd kilometer landinwaarts wat betekent dat ik nu officieel van mijn plan langs de grens te fietsen ben afgeweken, maar omdat dit de enige keer was dat ik een voor mij bekende Nederlander kon bezoeken vond ik dat wegfietsen van de grens voor deze keer was toegestaan. Sebastiaan, mijn gastheer voor de komende dagen is eigenlijk een vriend van mijn broer en na mijn bezoek kan ik eerlijk zeggen dat ik blij ben dat hij ooit een vriend van mijn broer is geworden. De dagen dat ik er was waren volgepropt met full blown American
entertainment, met als hoogtepunten de ijshockeywedstrijd en de basketballwedstrijd. Stel je bij een ijshockeywedstrijd en een basketballwedstrijd in dit geval niet alleen twee teams van zes atleten voor, strijdend om de winst voor alles wat ze waard zijn. Wat je hier vooral te zien krijgt is de tip van de top van non-stop entertainment. Elke seconde dat de ijshockeypuck of basketball niet beweegt (ongeveer een keer per drie keer ogen knipperen) gebeurt er iets anders, op of naast het veld, om de toeschouwers te vermaken. Op de meer dan levens grote schermen een meterof twintig boven de middenstip is op deze momenten behalve de score tijdens deze onderbrekingen nog veel meer te zien…een live versie van hoger lager, de kiss-cam, een potje golfen op een op het veld gesleepte green (met als prijs voor een van de twee hopeloos ongetalenteerde golfers een BMW), basketballende acrobaten salto’s makend en slamdunkend vanuit een trampoline, sexy cheerleaders die een dansje doen in strakke pakjes, levende mascottes die tientallen tot een bal opgevouwen shirts en handdoeken met het teamlogo tientallen meters hoog het publiek ingeschieten met een soort van gaspistool en…het publiek zelf, niet ingehuurd natuurlijk, maar een man schuin voor ons die ons tijdens de wedstrijd al had vermaakt met zijn ultrapersoonlijk commentaar op de wedstrijd (Zaza Pachulia, that’s our man, zich naar mij omdraaiend ‘I want you to remember that name…ha!) zijn telefoon opneemt met Lionel Richie’s ‘Hello,is it mee you’re looking for?’ is wat mij betreft de joker voor vanavond’s entertainment tonight.
De volgende avond gaan we naar Publix, de vaste supermarkt voor Sebastiaan en als we bij de afdeling groente en fruit aankomen weet ik zeker dat Atlanta een groot pretpark is. Om de groente in de koeling een fris uiterlijk te laten behouden sproeien kleine verborgen sproeikopjes om de halve minuut een kleine douche koud water over de groente uit, vergezeld van het geluid van een rollende donder! Als er stoelen hadden gestaan had ik mezelf een van de tienduizend verschillende wijnen uit een van de paden ingeschonken om er eens lekker voor te gaan zitten en te kijken hoe de broccolli en de prei hier als een prins worden behandeld.
Natuurlijk heeft dit alles een keerzijde en die is dat ik hier niet eeuwig kan blijven. Nadat ik mijn fiets een grondige beurt had gegeven waaronder het wisselen van de ketting die niet meer het sieraad was als die het aan het begin van mijn reis was en het wisselen van mijn op twee plaatsen doorboorde achterband,was het tijd weer wat tijd op de weg door te brengen. En het was deze keer moeilijker dan ooit, ik moest mezelf letterlijk van deze plaats vandaan sleuren. Voor het eerst tijdens mijn reis keek ik niet uit naar mijn komende dagen op de onbekende weg…