Gearchiveerd onder: _De voorbereiding
Welkom op mijn weblog, mijn persoonlijke dagboek tijdens een jaar durende fietstocht langs de omtrek van de Verenigde Staten. Nu ik dit schrijf zal het nog dik anderhalve maand duren voor de reis zal beginnen, op 13 September in New York. Van daar zal ik met de klok mee afdalen naar Florida, afslaan richting Texas, doorreizen naar Californë aan de westkust, dan omhoog fietsen naar Washington State en vandaar langs de Canadese grens terugrijden naar The Big Apple, Freakshow Central (hoo-ah!), Capital of the World of inderdaad, gewoon New York.
Waarom deze reis vraag je je misschien af? Waarom de Verenigde Staten? Waarom nu? Waarom zo lang? En waarom in vredesnaam met de fiets? Allemaal goede vragen die een antwoord verdienen. Het idee om mijn vriendin, familie, werk, vrienden, huis & land voor ongeveer een jaar te verlaten heb ik inmiddels al een jaar of twee, misschien zelfs drie. Hoe zou het zijn om zo’n lange tijd in een land te zijn zonder dat ik op iemand terug kan vallen, met alleen een paar tassen aan mijn fiets en een digitale kaart om mij de route te wijzen? Een belangrijke reden om een jaar op reis te gaan was in ieder geval het idee dat de jas van het gewone leven mij niet zo goed paste, dat het tijd was voor de jas van avontuur. Het type jas dat gemakkelijk gedragen zou kunnen zijn door Columbus, maar dan als het non-syntetische, niet polymeer gevoerde, min-drie lagige Gore-Tex® XCR™ type dat ik zal gaan dragen. Soms, als ik op de fiets naar mijn werk zat gleden mijn gedachten naar de tijd van Columbus. Een tijd waarin veel van de wereld nog niet ontdekt was en de drang naar het ontdekken van nieuwe gebieden en de mogelijkheden tot geestelijke en materiële verrijking een barre boottocht naar het onbekende betekende.
Dat wil ik ook dacht ik dan, maar dan wel graag met een behoorlijke kans die reis te overleven, zonder schrijnend vitaminetekort en voortdurende kans te worden gekielhaald en ook graag met een retour ticket naar Nederland. Als ik er niet rijk van word (en ik zie niet hoe, afgezien van de kleinste kans in Las Vegas) zou deze geseling een beetje veel van het goede zijn. Een reis dus om mijzelf geestelijk te verrijken. Hm, ik zie mijzelf nu in een oranje gewaad dansend op een been op de top van een berg een kralen ketting likken in de overtuiging dat ik mijzelf op dit moment geestelijk enorm aan het verrijken ben. Nee, geestelijke verrijking klinkt te verheven om de echte reden te zijn. Ik denk dat de reden om graag te reizen ergens diep verborgen ligt in mijn genetische code (en met mij in de genetische code van ieder reislustig mens). Al die tijd dat ik wist dat ik in de toekomst een reis als deze zou gaan maken voelde het alsof mijn genen signalen stuurde naar mijn onderbewuste met daarin de onlangs door mij gedecodeerde boodschap ‘The plane to New York is now boarding. All passengers heading for New York, please proceed to gate 14.’ Toen ik dat eindelijk begreep heb ik meteen een ticket gekocht en was het tijd voor de voorbereiding.
De voorbereiding, ‘Van tevoren het nodige verrichten of klaarmaken’. Ik heb het even opgezocht in De Dikke Van Dale, zo is meteen duidelijk hoe ik mijzelf verhoud tot deze term. Voor zover ik weet heb ik, behalve waar dat voor mijn werk noodzakelijk was, eigenlijk nooit iets gepland. De verklaring voor deze afkeer ligt in ieder geval gedeeltelijk in het feit dat ik niet gezegend ben met enig aantoonbaar talent waar het de inrichting van mijn toekomst betreft en het gebruik van noodzakelijke instrumenten om die toekomst vorm te geven, zoals een agenda. Misschien ben ik er zelfs bang voor. Het leven achteloos enkele weken (of zelfs maanden!) vooruitplannen zonder ooit te worden overvallen door blinde paniek, daar is moed voor nodig. Moed die ik niet heb. Ik probeer juist niet te denken aan mijn agenda om het leven langs de lijnen van papier te vermijden en zo totale vrijheid van geest en lichaam veilig te stellen. De waarheid is natuurlijk dat leven zonder enige vorm van planning eindigt in het steeds opnieuw meemaken van dezelfde situaties, maar ik vind het moeilijk dat toe te geven. Ik ben weken van mijn leven kwijtgeraakt met het zoeken naar mijn sleutels, maar nog steeds ben ik ervan overtuigd dat ik een minder vrij persoon ben als ik mijzelf ertoe zet ze meteen op te hangen aan het haakje naast de deur zodra ik mijn huis binnen stap. Als een soort van mix tussen besef en ontkenning schrijf ik soms afspraken in mijn agenda nadat ik ze heb gehad. Tenminste dat deed ik, voor een tijdje. Nu probeer ik mijn afspraken zo veel mogelijk in te plannen om er vervolgens niet vaak genoeg aan te denken. Waarschijnlijk zie alleen ikzelf dit als een vooruitgang.
Ook voor mijn reis heb ik waarschijnlijk nog niet genoeg gepland. Ik heb in ieder geval al wel naar een aflevering van National Geographic gekeken over de gevaren van typhoons in de Verenigde Staten en verder probeer ik geen van de afleveringen van Ray Mears Extreme Survival te missen. Als je het positief bekijkt heb ik zo in ieder geval een keer serieus nagedacht over een van de aandachtspunten voor iemand die met alleen een regenpak als beschermingsmiddel de grillige nukken van moeder natuur te lijf wil gaan. Het weer.
Slecht weer. Ik weet dat ik het ga meemaken. Er is geen mogelijkheid dat ik tijdens het jaar dat ik heb uitgetrokken voor deze reis slecht weer voortdurend zal kunnen ontwijken. Daarvoor heb ik geen kennis nodig van de meteorologische statistieken, slechts verstand. Dat ik slecht weer, onvoorstelbaar slecht weer ga meemaken als ik op mijn fiets zit halverwege een vijftig kilometer kaarsrechte streep, daar ga ik vanuit. Wat ik alleen niet weet is hoe vaak ik slecht weer ga meemaken, en hoe verschrikkelijk mijn fiets en regenpak gegeseld gaan worden en hoe lang de geseling aanhoudt als ik eenmaal besef dat ik er middenin zit. En wat als ik dan ook nog ziek word? Of de weg kwijt raak? Of beide?
De eventuele gevolgen van zo’n persoonlijke ramp heb ik dus kunnen bekijken tijdens die documentaire op National Geographic. Deze aflevering was een verslag van hoe een jaar of tien geleden op een dag bijna tweehonderd typhonen meerdere westelijke staten binnen een paar uur kapot walsten. Een uiterst zeldzame aaneenschakeling van onwaarschijnlijkheden resulteerde aan het einde van die dag in een wirwar van uiteengereten dorpjes. Dikke strepen compleet versplinterde bomenrijen. Autowrakken om bomen en straatlantarens die nog wel recht overeind stonden heengewrongen. Leeggezogen waterplassen. En daar overheen een confetti van wat ooit trotse bezittingen waren van mensen die een halve dag daarvoor nog geen idee hadden van het inferno dat nu een uur of twee geleden over hen heengekomen is. Very graphic indeed. Het zouden mijn fiets en tassen met bezittingen kunnen zijn die over enkele maanden op dezelfde beestachtige manier verspreid worden en misschien zou ik zoveel ongeluk hebben dat rustig navertellen op een feestje van een goede vriend of vriendin met een koud biertje in mijn hand er nooit meer in zit, maar ik ga er niet vanuit. Zo’n storm doet zich eens in de vijftig jaar voor en er zijn dus oneindig veel dagen dat ik mijzelf niet in het middelpunt van zo’n hel bevind. Voor typhoons ben ik dan ook niet bang, voor een agenda misschien, voor typhoons niet. Angst zou ook zinloos zijn, net als verzet. Als een typhoon besluit zich op jouw vluchtweg te begeven dan rest er niets anders dan een heel kortstondig ongeluk gevolgd door oneindige pech. Een agenda kun je ontwijken, een typhoon die in jouw richting raast met driehonderd kilometer per uur, tenzij hij besluit jou te ontwijken, niet. Zo bezien is de angst voor een agenda niet eens zo gek.