Ingedeeld onder: __Nederlands
Route:
Blue Mountain Lake – Bar Harbor: 496 mijl
Bar Harbor – Boston: 280 mijl
Nadat ik Blue Mountain lake verlaten had stond my nog een laatste bergketen te wachten, The White Mountains, onderdeel van de Appelachen met als hoogtepunt de Kangamagus pas, een pas van bijna 3000 voet. Niet bijzonder hoog, maar met een stijgingspercentage van gemiddeld 8% en (vooral) de dag dat ik ‘m beklim een temperatuur van bijna 40 graden een bevredigende laatste uitdaging. Klik hier voor filmpje
Nadat ik de bergtop bereikt had zette mijn gedachten zich vast op het bereiken van Bar Harbor, het dorpje gelegen aan de rand van Acadia National Park dat het einde van The Northern Tier markeerde. De laaste berg betekende echter niet het begin van het vlakke land. Als een notendop op de op en neer deinende golven van een meer bij windkracht 5 diende de ene na de andere heuvel zich aan, maar uiteindelijk…natuurlijk… kwam Bar Harbor in zicht en vlak daarna het hostel waar ik zou overnachten.
Die avond voelde ik een sterke drang mijn aankomst te vieren Helaas vond ik niemand om dit samen met mij te doen. De overige gasten waren absoluut vriendelijk en beleefd, maar die avond paste ik helaas in niemands plan, een plan dat voor iedereen leek te bestaan uit opstaan voor de zon zijn eerste stralen op het zand werpt, talloze beklimmingen, wandelingen langs de kust, wandelingen door het bos, wandelingen over de rotsachtige heuveltoppen van het park, kortom de absoluut maximaal in te nemen dosis natuurextract voor een ziel met een huid als een uitgedroogde kamerplant. Die avond heb ik dus in stilte mijn biertje aan de waterkant gedronken. Gelukkig was daar de volgende avond Julien, een maffe fransman met wie ik mijn aankomst ‘post arrivee’ twee avonden achter elkaar gevierd heb. Zut alors! nogantoe, dat waren twee gezellige avonden. Zeker prachtige beklimmingen zoals die waar ik dit filmpje heb gemaakt.
Op dit moment ben ik in Boston en heb ik van de 700 mijl tussen Bar Harbor en New York alweer de helft afgelegd. Zou ik net begonnen zijn aan mijn reis dan zou ik zonder twijfel meer te zeggen hebben over deze 350 mijl dan, pfoe, ik ben blij ik ze heb afgelegd. Maar nu, nu ik bijna terug ben in New York is alles anders. Gistermiddag kwam ik aan in Boston en tijdens een avondwandeling voelde ik mij voor het eerst echt alleen. Het idee dat je volledig alleen kunt zijn in een stat met miljoenen inwoners heb ik altijd fascinerend gevonden, maar gisteren voelde ik het
voor het eerst. Het deed mij terugdenken aan hoeveel mensen mij niet hadden gevraagd of ik het niet eenzaam vond, zo alleen op de fiets. ‘Don’t you feel lonely?’ En ineens moest ik denken aan Roy Orbinson en een glimlach verschijnt op mijn gezicht. Die van melancholie. En ineens heb ik ongelofelijke trek in rode wijn. Ik draai mij om en terwijl ik terugloop naar het YMCA-gebouw waar ik die avond logeer ga ik langs bij de avondwinkel aan de overkant van de YMCA en koop een fles rode Merlot.
Nadat ik mijn kamer gevonden heb ontkurk ik de fles. Of, en dat versterkt het gevoel van melancholie, ik draai de blikken schroefdop van de hals. Omdat ik geen wijnglas bij me heb drink ik de wijn zo uit de fles. Erg Rock & Roll of Een Beetje Treurig en aangezien ik niet kan zingen en geen publiek te vermaken heb moet ik oppassen dat melancholie niet mijn hand vastpakt, zijn arm om mij heenslaat en zachtjes in mijn oor fluistert dat ik zijn goede vriend ‘de put’ eens zou moeten ontmoeten. Aardige kerel, beetje zwaar op de hand. Ergens halverwege de fles, wanneer het donker is geworden en de stilte van de stad is teruggekeerd komt Roy langzaam het podium opgeschuifeld en zet na enige aarzeling de eerste akkoorden van ‘Only the lonely’ in… – Only the lonely, dumm-dumm-dumm-dumm-dieyouwaah –
Het wordt tijd voor een ander liedje. Het wordt tijd voor de koperen blazers en Frank Sinatra. Het wordt tijd voor New York, New York.
Ingedeeld onder: __Nederlands
Route: Niagara Falls – Blue Mountain Lake: 295 mijl
De Niagara watervallen markeerden behalve een langverwachte mijlpaal ook het einde van het vlakke land waar mijn enige mede/tegenspeler ‘de wind‘ was. Maar nadat ik The Great Plains (Montana & North Dakota) verlaten had speelde de wind steeds minder een rol van betekenis. De omgeving tussen The Great Plains en de Niagara watervallen was min of meer zo vlak als The Plains zelf, maar in tegenstelling tot The Plains was de omgeving bezaaid met bomen waardoor de wind, hoewel nog steeds vaak in mijn gezicht waaiend (of fiets ik zo hard?) mijn snelheid nauwelijks meer beinvloedde.
Maar wanneer de natuur heeft besloten mij een tijdje met rust te laten om ergens anders de boel even flink in de war te schoppen (overstromingen in Texas, New York, Georgia en Illinois) zadel ik mijzelf (letterlijk) met een nieuwe uitdaging op… Boeken. Waar de doorsnee toerfietser er alles aan doet bepakking tot het absolute minimum te beperken begin ik stiekem, bijna ongemerkt een boekverzameling op te bouwen ver voorbij de grens van wat kan worden afgedaan als, ik lees nu eenmaal graag een paar boeken tegelijk. Ik stop bij elke bibliotheek en koop bijna zonder uitzondering een boek uit de collectie ‘verkoop’. Boekenwinkels hebben vanzelfsprekend een nog betere collectie en wanneer ik een boekenwinkel passeer voel ik mij een dwangmatige gokker in de buurt van een fruitautomaat. Ik koop de boeken niet om ze direct te lezen, ik koop ze om ze eerst maar eens te hebben…dit kon weleens de laatste keer zijn dat ik dit boek op deze wereld tegenkom…hmhm. Met als gevolg dat ik op de vraag wanneer een ultralight-reizende toerfietser vraagt hoeveel boeken ik dan bij me heb ik besluit dat het tijd is mijn obsessie onder ogen te zien en als de eerste stap naar therapeutisch herstel begin ik de boeken uit mijn tassen te toveren…één voor één, als een gochelaar die een bijna onophoudelijke stroom rode balletjes uit de palm van zijn hand tovert. Als ik klaar ben ligt er een stapel van achttien boeken op tafel. Achttien!
Wanneer je de Adirondacks binnenfietst en na de Adirondacks de Appelachen, kun je achttien boeken als bagage gebruiken als lucifers op de bodem van de oceaan en met pijn in mijn hart laat ik ongeveer de helft van de boeken achter in Niagara Falls en een derde stuur ik naar New York, naar Linda (een collega bij Unilever) die daar een paar maanden op secondment is. De overige boeken houd ik bij me, ik moet toch wat te lezen hebben niet?
The Adirondacks zijn prachtig! Denk Glacier National Park min de rotsen, maar met meer water. De tweede dag door Adirondack Park (het is nogal een groot park, ongeveer half zo groot als Nederland) besluit ik Blue Mountain te beklimmen. Blue Mountain ligt aan Blue Mountain Lake langs het dorpje met dezelfde naam en The Blue Mountain Lake Inn is de inn in het dorpje waar ik besluit mijn tent op te zetten (volg je het nog?). De inn heeft namelijk een grote tuin en het weer was mooi genoeg voor de tent. Daarbij kon ik gebruik maken van de douche en keuken en als klap op de vuurpijl hoef ik niets te betalen. Dit lijkt mij wat veel van het goede, maar zelfs na aandringen van mijn kant staat de eigenaar erop dat ik niets betaal. Het enige wat ik moet beloven is dat ik het naar mijn zin ga hebben en boy, wat heb ik het naar mijn zin gehad. Ik was eerst van plan niet meer dan een nacht te blijven en de dag te gebruiken om de berg te beklimmen, een frisse duik te nemen in het prachtige meer, waarna ik als afsluiting een biertje of twee zou drinken onder het lezen van ‘Reis om de wereld in 80 dagen’…
De beklimming, de duik en het eerste biertje lukken nog, maar als ik onderuit gezakt in een stoel op de patio bij dag 2 van het boek ben aangekomen raak ik in gesprek met de eigenaar van de Inn en vanaf dat moment val ik van het ene gesprek in de andere tot ik drie dagen later met een lichte kater de weg weer opzoek. Voor ik verder ga moet je weten dat Blue Mountain niet meer is dan twee parallel lopende straten met misschien vijftig huizen en de helft van deze huizen is in de handen van slechts twee families, de Booth’s en de Cunninghams. En iedereen spreekt hier dus iedereen op dagelijkse basis dus wanneer ik werd voorgesteld wist degene aan wie ik werd voorgesteld wie ik was op het moment dat ik werd voorgesteld. Binnen een paar uur liep ik hier dus rond of ik er al jaren kwam. Een van de ontmoetingen (de eerste met iemand van de Bootz’s) springt er echter uit.
Op weg naar een intiem jazzconcert in een appartement/ cultureel centrum grenzend aan de inn, besluit ik eerst even op het gras langs het meer te gaan zitten om te kijken hoe smaakvol de zon hier achter de groene heuvels aan de overkant van het meer zakt. Ik steek de weg over, zoek een mooi stukje gras op en kijk even rond of ik hier niet schaamteloos in iemands tuin ga zitten en terwijl ik rondkijk zie ik een uitgestoken hand naar mij toekomen met daarboven een metersdikke lach van iemand die direct daarna mijn hand schudt en vraagt of ik een biertje lust. En zonder mijn antwoord af te wachten biedt hij mij een stoel aan: “Ga zitten, ga zitten…ik ben Woody en dit is Michael, Michael Booth.” Michael Booth schudt mijn hand, vraagt hoe ik heet en begint te vertellen… Hij vertelt over hoe dit huis pas gebouwd is nadat het vorige huis is afgebrand, over hoe
het eerste hotel in de VS met electriciteit in elke kamer hier vlakbij gebouwd is, de generator gebouwd door niemand minder dan Thomas Edison. Dat het dorp voor een groot gedeelte gebouwd is uit de resten van het hotel nadat het een jaar of vijftig geleden in onbruik was geraakt en werd afgebroken. Over hoe hij samen met Woody in de wintermaanden in Florida woont aan de rand van de Everglades en daar al pootjebadend moet uitkijken voor alligators en slangen en ander bijtend wild. En hij vertelt…en hij vertelt. Wat ik hierbij moet zeggen is dat hij ongeveer om de anderhalve zin afwisselend, “It’s true” of “True story” of “I’m telling you” of “I’m not kidding you” toevoegt. Volkomen onnodig naar mijn idee omdat wat hij zegt niet bijzonder ongeloofwaardig is….
Totdat….totdat Woody vertelt dat ze ooit een 200 voet zeilboot bezaten, waarna Michael natuurlijk toevoegt als hij mij ziet twijfelen: “It’s true, we even used to own a bigger boat than that…but only briefly” en als hij de tekenen van ongeloof op mijn gezicht ziet groeien hieraan toevoegt “I’m not kidding you”. Hij kijkt Woody aan, ik kijk Woody aan en lees in Woody’s ogen iets van ongemak, gevolgd door een klein knikje, een knikje waarmee hij aangeeft dat Michael het volgende kan vertellen…”We used to be drug smugglers you know, marihuana…from Mexica to Florida”… En vanaf dat moment begrijp ik de “True story’s & I’m not kidding you’s”, de verhalen worden vanaf dat moment gekker en gekker, uiteindelijk eindigend via de gevangenis naar een klein huisje langs Blue Mountain Lake.
Als afsluiting die avond maken we een nachttocht met een prachtige lange houten boot langs Blue Mountain Lake, een van de hoogtepunten van mijn reis. Bier drinkend met twee mannen van rond de zeventig, verhalen vertellend waar Robinson Crusoe een puntje aan kan zuigen, ondertussen varend over een prachtig vlak inktzwart meer met het vage schijnsel van bergen aan de horizon. Alleen was dat niet het hoogtepunt. Het hoogtepunt was het moment dat Michael de boot probeert aan te meren. Een 30-voet boot, in het donker, om een andere boot, parallel aan de kade, in een ruimte van niet meer dan 35 voet. Tegelijktijd probeert Woody zijn hond vanonder een van de houten bankjes te krijgen. Ik zit en kijk en zie Michael een boot aanleggen zoals ik dat nog nooit gezien heb. En op het moment dat hij zonder iets te raken de boot aanlegt en de lijnen aan het pakken is om de boot aan de kade vast te maken springt de hond uit zichzelf via het bankje de kant op. De twee mannen kijken elkaar aan en zeggen tegelijk “That was perfection!”, waarop ik toevoeg “True story”. En de zonsondergang, die was die avond zo smaakvol als een cocktail ergens in een upscale hotel langs de kust van California met dezelfde naam.