Chris’ USA Tour 2006/2007


Chicago – Niagara Falls
juli 20, 2007, 9:25 PM'
Ingedeeld onder: __Nederlands

 Route:

Chicago – Cleveland:        345 mijl

Cleveland – Niagara Falls: 214 mijl

Mijn dagen in Chicago, of Sjuh-kàh-gho, zoals de Chicagees (zoals ik denk dat bewoners uit Chicago worden genoemdfantastisch. Ik kon blijven logeren bij Jamee, de dochter van Judy & Vern, het echtpaar dat mij nadat ik mijn portomonnee had toegestopt, zodat ik de tijd die ik nodig had om geld over te laten komen vanuit Nederland kon overbruggen ) het uitspreken, waren zonder een comfortable scheur in het beton te hoeven opzoeken onder een van de vele bruggen die de USA rijk is.

Chicago is een prachtige stad, van wat ik ervan gezien heb in ieder geval. En laat ik meteen eerlijk zijn, ik weet dat ik de stad op haar bruisendst en vanaf haar mooiste kant heb gezien. Ik kwam binnen vanaf het noordoosten en het voldoet ongetwijfeld als ik zeg dat Oprah Winfrey daar haar bloemen laat verwelken in een uiterst zeldzame porseleinen vaas op een antiek kersenhouten bijzettafeltje achter een zojuist gewassen raam in een van de vijfhonderdvierendertig kamers die haar nederig optrekje rijk is. Ik fantaseer en overdrijf hier alsof ik het kasteeltje probeer te verkopen terwijl ik het niet eens gezien heb, maar het is waar dat ze woont in de wijk waar ik doorheen ben gefietst.

Het is ook waar dat Chicago het mooist is vanaf de waterkant, daar waar ik de meeste tijd op mijn fiets heb doorgebracht. De waterkant, of lakefront, besaat uit een brede strook groen waar doorheen fietspaden zich een baan slingeren van noord naar zuid. Doordat het pad zo breed is en daarbij van de gebouwen gescheiden is door een snelweg met een stuk of acht rijstroken is er meer dan voldoende afstand om in plaats van afzonderlijke gebouwen de skyline van Chicago te zien.

En als laastste is het waar dat ik Chicago op haar best heb gezien, tijdens een aangename dip in de doorgaans hete zomerdagen, een graad of 27 in plaats van 35+ (ja, relatief is een relatief begrip) en ook nog eens rond the 4th of July, ofwel onafhankelijkheidsdag, ofwel 5 mei in de VS, twee maanden later.Met pijn in mijn hart verliet ik de stad dan ook en vertrok richting mijn volgende grote stop, Niagara Falls. De weg tussen deze twee punten was niet bijzonder, hoewel sommige bewoners langs deze denkbeeldige lijn daar heel anders over denken. Tijdens een gesprek met iemand uit South Bend (ongeveer halverwege tussen Chicago en Niagara Falls) kwam ‘De GROTE Universiteit Notre Dame’ ter sprake. Alleen, ik had nog nooit van ‘De Grote Universiteit Notre Dame’ gehoord en toen ik de beste man dit vertelde viel hij bijna in zijn klapstoel achterover. Nooit gehoord van Notre Dame!!?? Hierop keek hij mij indringend aan en begon op zijn vingers te tellen… Je hebt Yale, je hebt Harvard…en je hebt Notre Dame… Dat is de orde van grootte waar we het hier over hebben.

En ik denk…Right…Hmhm. En South Bend is na New York en Chicago de grootste stat van de VS. Indeed! Dus, als een soort van wedervraag vraag ik hem waar Nederland ligt. Hij kijkt me aan met een lege blik… brengt vervolgens zijn hand naar zijn kin, plooit zijn wenkbrouwen in een frons en antwoord, halfzeker van zijn antwoord: ’That’s part of Denmark isn’t it?’ “Bijna goed, maar goed genoeg” antwoord ik. ‘We liggen eigenlijk een stukje lager, maar nauwelijks ver genoeg om als apart land mee te tellen.” Hierop leunt hij zelfvoldaan naar voren en graait een handvol Japanse Mix uit een plastic zak. Ik neem een slokje van mijn bier en denk “What is in the bubble, is best to stay in the bubble”.

Wanneer ik in Buffalo aankom en nog maar een mijl of tien van de watervallen verwijderd ben begint de omgeving steeds meer te lijken op het omgekeerde van wat ik mij had voorgesteld. In mijn hoofd had zich een verwachting vastgezet dat hoe dichter ik de watervallen zou naderen, hoe groener de omgeving zou worden. Maar zelfs nadat ik de watervallen tot minder dan vijf kilometer verwijderd ben domineren de kleuren grijs en bruin, de kleuren van rook, beton en verroest staal, de omgeving. Alsof ik door de havens van Rotterdam fiets, maar dan zonder water en de stroken groen die je in Rotterdam in ieder geval nog aantreft. (klik hier voor filmpje)

Maar als ik dan eenmaal aankom bij de watervallen is het overduidelijk waarom ze zo beroemd zijn. Het is misschien een speldenprik in een omgeving van een roestige speld, maar de speldenprik zelf is in ieder geval wonderschoon.

De Niagara Falls bestaan uit twee watervallen, The American Falls en de (canadese) Horseshoe Falls, zo genaamd vanwege de vorm van de waterval, die van een paardenhoef, of horse shoe zoals ze hier zeggen. De hoeveelheid water die van de American Falls naar beneden stort is maar een tiende van wat naar beneden komt denderen van canadese zijde (klik hier voor filmpje), maar omdat het water dat van de amerikaanse kant naar beneden stort op een esthetisch zeer verantwoorde hoop geordende rotsblokken te pletter slaat (klik hier voor filmpje) zijn ze, beide op verschillende manieren, zeer de moeite waard om van alle kanten te bekijken.

Na een foto of vijftig is het tijd voor de volgende grote stap richting het einde van mijn reis, de rit door de laatste bergketen, de Adirondacks, naar de oceaan waaraan de stad ligt waar ik mijn reis begonnen ben…The Atlantic! En dan begint het dus echt op te schieten… Ik kan New York al bijna ruiken.



Moorhead – Chicago
juli 3, 2007, 11:48 PM'
Ingedeeld onder: __Nederlands

Route:

Moorhead – Itasca State Park                                                          105 mijl
Itasca State Park – Plymouth (Minneapolis)                                  213 mijl
Plymouth – Winona                                                                             150 mijl
Winona – Reedsburg                                                                         115 mijl
Reedsburg – Cudahy (Deel 1 van de langste rit van mijn reis) 139 mijl
Cudahy – Chicago (Deel 2 van de langste rit van mijn reis)         76 mijl

Aan het begin van mijn reis dacht ik nauwelijks na over het maken van vooruitgang. Er waren nog zoveel kilometers te gaan en er was nog zoveel te zien dat het nauwelijks zin heeft erover na te denken. Maar terugkijken is gevaarlijk. Zelfs op het moment dat ik in Moorhead, Minnesota aankwam was het niet verstandig teveel na te denken over de kilometers die ik al had afgelegd. Helaas is dat precies wat gebeurde de dag dat ik in Moorhead aankwam. De paar dagen dat ik bij de Seljevolds (de familie die ik via warmshowers had ontmoet) logeerde, werd ik meegezogen in de tornado van familie en vriendenbezoeken en kreeg ik een lading bewondering over mij heengestort waar ik stil van werd. Ik begon na enkele glazen wijn zelf bewondering te krijgen voor wat ik inmiddels al bereikt had. Het gevolg hiervan was dat mijn motivatie de volgende morgen te vinden was in de laatste druppels ingedroogde wijn op de bodem van mijn glas.

De dag dat ik vertrok vertelde ik Karen (mama Seljevold) dat ik blij was weer op mijn fiets te springen. Maar als ze mij diep in de ogen had gekeken had ze gezien dat ik loog. Nu, twee weken later kan ik zeggen dat de afgelopen twee weken ondanks mijn initiele motivatieprobleem tot de leukste en mooiste twee van mijn reis behoorde. Wat is er gebeurd? Natuurlijk kan ik niets met zekerheid zeggen, Maar het lijkt er sterk op dat De Grote Motivator ergens hoog boven de wolken op mij neerkeek en tussen de slokjes koel Corona-bier en taco’s met guacemole-dip, besloot dat het op het moment dat ik Minnesota binnenreed tijd was voor een duwtje in mijn rug.

Ik stel mij het volgende voor. Vanuit zijn uiterst comfortabele chaise longue kijkt Albrecht, alias De Grote Motivator op mij neer, chips met dip en ijskoud bier naast een kom met schijfjes limoen binnen handbereik. Hij kijkt vanuit de wolken naar beneden en ziet mij meer pauzes nemen dan gebruikelijk en ziet ook dat de pauzes die ik neem langer zijn. Onbezorgd knabbelt hij verder van de taco’s. Wanneer de dip bijna op is besluit hij Sylvie, zijn persoonlijk assistent bij zich te roepen. “Sylvie”, begint hij nadat ze binnen is gekomen en zich op een stoel vlak naast de zijne heeft plaatsgenomen, “Ik zie Chris fietsen de laatste tijd en ik krijg sterk het gevoel dat hij in een dipje zit, een guacemole dipje.” Hij schiet in de lach om zijn eigen grap en drinkt zijn lippen terug in de plooi met een flinke slok van het frisse bier. “Wat denk jij?” Sylvie, als altijd de voorbeeldige assistent had mijn lichte worsteling al opgemerkt voordat De Zwevende Excellentie zijn oog op mij had laten vallen en had, voorbeeldig als ze is al enkele ideeen bedacht om mijn enthousiasme weer terug te doen keren. Maar omdat ze Albrecht niet voor de voeten wil stoten volgt ze zijn blik door de wolken en stemt na enkele minuten hardop in met zijn oordeel. “Ik denk dat u gelijk heeft.”

Met een grote slok leegt Albrecht zijn vijfde fles van vandaag en zet hem met een harde tik op de houten tafel. “Dan is de volgende vraag of ik daar wat aan ga doen of niet. Hij heeft op dit moment meer dan 12.000 kilometer afgelegd dus ik ben geneigd hem een duwtje in de rug te geven. Wat dacht je van enkele zeer goede douches en zacht gras voor de komende tien kampeergelegenheden?” Sylvie fronst haar wenkbrouwen en bladert wat door mijn rapport. “Ik weet het niet, natuurlijk is een kampeerterrein met een goede douche en ondergrond beter dan een met een douche waar het water op wonderbaarlijke wijze niet op het lichaam te richten is en een ondergrond van iets dat alleen kan worden vergeleken met versteende zee-egels, maar volgens mij heeft Chris in het algemeen behoefte aan een kampeervrije periode. Misschien kunnen we elke dag meer mensen zijn pad laten kruisen, zo is de kans groter dat hij wordt uitgenodigd en uiteindelijk de nacht kan doorbrengen in een echt bed.” “Hm, meer mensen ontmoeten dus. Ik zal kijken wat ik kan doen.” Een korte stilte volgt. Sylvie weet niet precies waarom, maar tijdens zijn rit heeft Chris onbewust haar hart gestolen en ze is de eerste die de stilte verbreekt. “En we zouden Chris natuurlijk van zijn route kunnen laten afwijken en hem over een prachtige fietspaden gemaakt van voormalige treinroutes richting Chicago sturen, dat zal hij vast leuk vinden” Hierop kijkt Albrecht haar onderzoekend aan en vraagt na een volgende korte stilte of ik niet al genoeg verwend wordt met deze speciale aandacht? Sylvie durft hem niet aan te kijken en antwoord zijn ogen ontwijkend “Nou eh, ik bedoel, de paden liggen er toch en het zou de eerst keer zijn dat hij de kans krijgt over deze unieke fietspaden te rijden.”

Zonder het einde van deze conversatie af te wachten kan ik zeggen dat Sylvie haar zin heeft gekregen. Ik in een periode van twee weken nog niet zoveel mensen heb ontmoet. De afgelopen twee weken heb ik precies twee dagen mijn tent opgezet en twee keer een motel opgezocht. Een van deze motelovernachtingen was echter een cadeautje van de familie Dienslake (Peter werkt voor Unilever in de VS, hoe toevallig en het leek hen een goed idee de spaarpunten voor de vele hotelovernachtingen van Peter te gebruiken voor een gratis overnachting voor een andere medewerker van Unilever, een besluit waar ik het niet anders dan volledig mee eens kan zijn). Verder heb ik Itasca State Park bezocht, dit is het park waar de Mississippi rivier begint als een beekje van niet meer dan vier meter breed (zie de foto  hiernaast).  En de fietspaden? Rails-to-trails, het initiatief om van in onbruik geraakte railroutes fietspaden te maken alleen toegankelijk voor wandelaars en fietsers en dus ver weg van alles dat ronkt en bonkt, dat initiatief is naar mijn idee een Nobelprijs waard, de Nobelprijs voor de vrede in het hoofd van Chris. Behalve dat de paden vaak ver verwijderd zijn van de autowegen slingeren ze ook door de meest prachtige natuur. En als klap op de vuurpijl ben ik zelfs voor het eerst door stikdonkere tunnels gefietst!

Als laatste wil ik nog zeggen dat hoewel Sylvie Albrecht volledig ingepakt heeft met haar ideeen voor mijn motivatie, ik vermoed dat Albrecht, gefrustreerd met zijn zwakte voor Sylvie mij in ieder geval gestreiterd heeft met extreem weer (zie de filmpjes). Maar gelukkig had ik mijn motivatie alweer gevonden en ik nam het weer op de koop toe. Mijn rit naar Chicago was zelfs gemarkeerd met een voor mij unieke prestatie. Een rit van meer dan 24 uur non stop over een lengte van meer dan 320 kilometer. Ik weet zelf niet goed waar ik de motivatie hiervoor opgedaan heb, maar misschien had ik het einde van het gesprek tussen Sylvie en Albrecht moeten afwachten voor een antwoord hierop. Maar ongetwijfeld kan ik ook hiervoor Sylvie bedanken. Dus bij deze: Sylvie, bedankt.

Extreem weer
Heet weer

Voor de lange rit
Tijdens de lange rit

Helaas is er geen ‘Na de lange rit’. Aan het einde werd ik opgevangen door Jamee, de dochter van het echtpaar dat mij uit de brand heeft geholpen na het verlies van mijn portemonnee in Alabama en logeeradres in Chicago en op dat moment was ik niet meer in staat tot helder denken en was alleen maar blij dat ik Chicago op tijd bereikt had.