Chris’ USA Tour 2006/2007


East Glacier – Fargo
juni 13, 2007, 12:07 AM'
Ingedeeld onder: __Nederlands

East Glacier National Park - Devils Lake  732 mijl

Devils Lake - Jamestown                          99 mijl

Jamestown – Fargo                                  98 mijl

Ik ben gisteren in Fargo, North Dakota aangekomen en ik zal eerlijk bekennen, de rit van Glacier National Park door The Great Plains van Montana en North Dakota zal niet in mijn geheugen gegrift staan als het meest gevarieerde en zintuigprikkelende deel van mijn reis.

Zoals ik al schreef aan het einde van mijn vorige verslag zijn de Great Plains vooral plat. Het uitzicht vertoonde een grote gelijkenis met het polderlandschap van Nederland. Maar waar je wanneer je door de polder fietst weet dat als je stevig doortrapt aan het einde van de dag de polder uitgefietst bent, was ik hier beland in mijn eigen versie van Groundhog Day. Elke dag weefde naadloos in een identieke volgende dag. En dat drie weken lang. Totaan Devils Lake een plaatsje twee lange dagen verwijderd van Fargo bewoog de route zich over Highway 2, een lange bijna kaarsrechte weg door gras en graan. De meest spannende verandering tijdens de lange dagen was een bocht naar links of rechts. Het is dan ook niet voor niets dat de telefoonpaal in North Dakota wordt beschouwd als The State Tree.

Op een gegeven moment merk ik dat ik de wagons aan het tellen ben van de vele bijna onmogelijk lange treinen die heen en weer rijden tussen New York en Seattle, sommige meer dan honderd wagonladingen lang. En het moment dat ik besef dat ik het kaboem-kaboem geluid van wielen die de naden tussen aansluitende rails passeren beschouw als een welkome afwisseling van het monotone geluid van de wind, weet ik dat ik hier nooit, maar dan ook nooit zou willen wonen. Sterker nog, ik kan niet begrijpen dat de eerste familie die van west naar oost trokken op het moment dat ze hier aankwamen dachten: “Dit lijkt me een geschikte plek voor een nederzetting, wat jij vrouw?” Maar ik vind het nog onbegrijpelijker dat de volgende passerende groepen mensen het volledig met deze familie eens was en besloten een huis te bouwen recht naast dat van de eerste familie.

Maar de dag nadat ik in Fargo aangekomen ben heb ik afgesproken met Terry. Ik heb een paar dagen in het huis van Terry and Heather (zijn vrouw) geslapen nadat ik in Phoenix was aangekomen in afwachting van mijn afspraak met de consul van Nederland en nog geen idee had van hoe eenvoudig het zou blijken een noodpaspoort aan te vragen. Terry komt oorspronkelijk uit Rugby, North Dakota en hij is zo verzot op dit landschap dat hij elke lente een paar weken naar Fargo trekt om graan te oogsten. Wanneer ik hem in alle eerlijkheid vertel wat ik vind van het landschap begint hij te lachen en zegt dat hij eerlijk gezegd niet verwacht had dat het mij bijzonder zou bevallen. “You like the city don’t you?”, en daarmee lijkt alles gezegd.

Nou ja, bijna alles. Hij is er zeker van dat ik positiever over dit gedeelte van mijn reis zou zijn geweest wanneer de wind vaker uit het westen zou hebben gewaaid, zoals het meestal doet. En inderdaad, ik moet hem gelijk geven dat de wind elk uitzicht minstens dubbel zo aangenaam maakt wanneer je hem in de rug hebt. De dagen dat de wind in mijn rug waaide waren werkelijke traktaties. De lucht lijkt op zulke dagen blauwer, de groene grasheuvels minder monotoon en ineens hoor ik overal om mij heen de vogels tsjirpen en voel ik mij op de set van The Sound of Music. Ik heb gemerkt dat ik gedurende die dagen hardop in mijzelf begin te praten en commentaar geef op hoe fantastisch het is met grote snelheid door dit landschap te vliegen. Om het gevoel te vermijden dat ik, naar niemand in het bijzonder in de lucht babbelend, langzaam een beetje koekoek begin te worden pak ik op zulke momenten mijn camera en richt hetzelfde commentaar op de lens. Zo verander ik op slag van een halfslimme zotte toerist in een inzichtvolle journalist en stel mijzelf zo gerust tot de volgende aanval zich aandient.

Terugkijkend op mijn reis tot dusver kan ik zeggen dat de wind niet meer dan tien dagen in mijn rug gewaaid heeft, en dan schat ik optimistisch. Maar hoewel tijdens mijn reis niet alles koek en ei is, besef ik dat de mooie momenten mooier zijn wanneer ik kan terugkijken op dagen waarop ik mij afvraag waarom ik deze reis ook weer begonnen was. Want op de dagen dat alles op zijn plaats valt heb ik het gevoel dat ik het verdiend heb.

Ook deze keer heb ik bewegende beelden toegevoegd van dit zinderende gedeelte van mijn reis.

Gras in Montana

Gras in North Dakota

Wind in North Dakota



Whitefish – East Glacier Park
juni 4, 2007, 4:38 AM'
Ingedeeld onder: __Nederlands

Whitefish – East Glacier Park       81 mijl

Op weg naar Glacier National Park, het park dat het meest noordelijke deel van de Rocky Mountains in de Verenigde Staten beslaat, moet ik terugdenken aan mijn verblijf in het Hostel in Los Angeles. Tijdens de paar dagen dat ik in het hostel sliep waarschuwde een andere gast, een kalende, grijzende lange man met voorheen veel meer en ongetwijfeld bruiner haar, mij dat ik als ik van plan was de Rockies te kruisen in Montana ik bovenal mijn winterjas gereed zou moeten houden. En elke keer dat onze paden elkaar kruisten, in de gang, in de keuken, in de eetzaal en zelfs een keer tijdens een wandeling over de Walk Of Fame deelden we maar twee woorden met elkaar: ‘winter coat’. Wanneer hij zei ‘winter coat’, dan lachte ik beleefd terug en herhaalde bevestigend dezelfde woorden.  

Wanneer ik bij de ingang van het park aankom is het een graad of vijfentwintig en schijnt de zon precies als in LA. Mijn winterjas zit ergens onderin een van mijn fietstassen en als het weer niet ineens op wonderlijke wijze van de toppen van de rotsen afdaalt naar waar ik mij bevind blijft mijn jas keurig opgerold waar hij is. 

Het kampeerterrein ligt aan het prachtige Lake McDonald, of nauwkeuriger, de omgeving grenzend aan het noorden van het meer zorgt ervoor dat het meer prachtig is. Tienduizend voet hoge grijze rotsen met besneeuwde toppen en daar doorheen een weg, omhoog kronkelend naar bijna zeven duizend voet (ongeveer tweeenhalve kilometer) met een naar de beste amerikaanse tradities passende, inspirerende en licht mytieke naam ‘The Road To The Sun’. 

Helaas gaat de weg doorgaans pas open in Juni en daarbij is de weg vorig jaar November zo beschadigd door overstromingen en lawines dat sommige stukken zelfs helemaal zijn weggeslagen, met als gevolg dat de weg dit jaar pas veel later in het jaar zal opengaan. Met pech in mijn hoofd zoek ik een plekje langs het meer op om daar van het prachtige uitzicht te genieten. Maar later op de dag verteld een van de dienstdoende rangers mij wanneer ik het  visitor center bezoek dat de weg totaan de Weeping Wall, een van de laatste bochten totaan de lange weg naar de top bereikbaar is voor fietsers. En nadat ik een filmpje heb gemaakt van hoe ik The road to the sun dus niet ga befietsen krijg ik een speldje van de ranger omdat ik het geprobeerd heb. Maar op dat moment heb ik het nog helemaal niet geprobeerd, en hoewel ik weet dat ik de top niet zou kunnen bereiken besluit ik op dat moment in ieder geval het stuk te fietsen tot waar het niet meer kan, tot waar het niet meer mag. Een van mijn beste beslissingen tot nu toe kan ik met zekerheid zeggen.  

Youtube!: Omdat ik deze keer achter een computer zit met de tijd aan mijn zeide heb ik geprobeerd uit te vinden hoe Youtube werkt en of ik de filmpjes die de voorgaande paragraaf illustreren kan uploaden. Zoals verwacht bleek dit een eitje (hoe anders kan de site zo populair geworden zijn) en dus kan ik jullie een primeur op mijn site aanbieden. Bewegende beelden van Chris in de USA…

1. Aan de oever van Lake McDonald

2. In het Visitor Center

3. The road to the sun (aan het einde weet ik niet meer wat ik wil zeggen en denk dat het filmpje hiermee verpest is, maar nadat ik het terugkijk valt dat wel mee ;-))

Op het moment dat ik foto’s aan het maken ben van het werkelijk waazinnige uitzicht zie ik meteen dat de gemaakte foto’s geen recht zullen doen aan wat ik met mijn eigen ogen zie. Foto’s en filmpjes kunnen nooit de grootsheid en diepte weergeven die van het uitzicht een belevenis maken in plaats van een tweedimensionaal rechthoekig object, hoe nauwkeurig de objectieve vertaling van de kleuren en lijnen ook. Ik besef dat foto’s niet meer zijn dan een machteloze poging de indrukken weer te geven wanneer woorden te kort schieten. Maar omdat ik geen betere middelen bezit blijf ik foto’s maken, veel bijna identieke foto’s blijkt wanneer ik ze in mijn tent terugbekijk. 

De volgende ochtend begin ik aan mijn rit naar Maria’s Pass, de pas aan de zuidkant van het park. Met 5200 voet is deze een stuk minder hoog dan Logan’s Pass, maar is ook een stuk minder gedenkwaardig. Totaan vlak na het bereiken van de pas. Op dat moment heb ik namelijk de twee bergketens (Cascades & Rocky Mountains) officieel achter mij gelaten en daarmee het moeilijkste gedeelte van mijn reis. En meteen nadat ik de pas overgestoken ben beginnen The Great Plains. En alsjeblieft, laat er geen twijfel bestaan over waarom dit gedeelte van de Verenigde Staten The Great Plains heet, zo lijkt het landschap te zeggen, want het is hier meteen zo plat dat ik zo ongeveer aan het begin van de dag kan kijken waar ik aan het einde van de dag mijn tentje op ga zetten. Maar daarover de volgende keer meer.