Chris’ USA Tour 2006/2007


Redwood Forest – Seattle
april 23, 2007, 7:42 AM'
Ingedeeld onder: __Nederlands

Route:

Redwood Forest – Crescent city:  130 mijl
Crescent city – Astoria:                  300 mijl
Astoria – Longview:                          50 mijl
Longview – Bremerton:                  120 mijl  
Bremerton – Seattle:                         18 mijl

Tijdens mijn laatste dagen langs de kust werden de lange gladde kustlijnen van goudgeel zand steeds zeldzamer en begonnen meer en meer de ruige kenmerken te vertonen van een uitgerolde binnenkant van een vulkaan (alsof Bob Ross na het schilderen van een met grijze rotsen bedekte kustlijn een paar peuken had uitgdrukt waar de rotsen het aquamarijnblauwe water raken) begon ik voor het eerst na te denken over hoe mijn reis was verlopen de afgelopen maanden. Totaan nu had ik bewust en onbewust vermeden mijn gedachten te laten afdwalen naar de herinneringen van mijn reis. Voor een belangrijk gedeelte omdat ik te druk bezig was mijn reis te beleven, maar vooral omdat ik nog niet wil nadenken over de afstand die ik imiddels heb afgelegd en de hoeveelheid aan indrukken die ik tot nu toe heb opgedaan. Beiden hebben namelijk denk ik al een indrukwekkend niveau bereikt en ik zou misschien moeite hebben mezelf te motiveren voor alle kilometers die ik nog moet fietsen. Ik zou mezelf ongetijfeld af gaan vragen hoe meer bijzonder het nog zou kunnen worden.

Maar tijdens een van die dagen langs de kust van Oregon werd ik ’s ochtends wakker en wist dat ik die dag niet zou gaan fietsen. Ik werd namelijk wakker van de wind die mijn tent heen en weer deed schudden alsof het een pak melk was. Het state park waar ik die ochtend wakker werd was minimaal twintig mijl van het kleinste drorp verwijderd. Luisterend naar de wind en regen (de beste vriend van wind hier in ‘The Pacific North West’) besefte ik dat er deze dag niet veel anders te doen zou zijn dan het maken van foto’s van het weer, een lange stevige wandeling voor het opzoeken van de mooiste plaatsen voor deze foto’s, een lange warme douche om weer op temperatuur te komen na het maken van deze foto’s en…enkele uren introspectieve contemplatie over de beleving van mijn reis tot nu toe. Ik had toevallig net mijn laatste boek uit en dus niets te lezen, dus het was na de zeer verfrissende wandeling of luisteren naar het geluid van wind en regen tegen mijn tent of een tijdje grazen door mijn herinneringen. Alles wat ik mij daar nu nog van herinner is het machtige besef dat ik deze krankzinnige reis nu echt aan het maken ben, versterkt door de foto’s van de laatste paar weken op de geheugenkaart in mijn camera (elke dag anders en de een nog mooier dan de ander).

Astoria, gelegen in het uiterste noordwesten van Oregon markeerde het einde van mijn reis langs de Stille Oceaan en fietsend langs de Columbia River begon ik mij inderdaad af te vragen hoeveel mooier mijn reis, nu ik de oceaan had verlaten, nog zou kunnen worden. Bovenop het prachtige uitzicht gleden de herinngering aan mijn reis langs dit gedeelte van de VS ook nog af naar sociaal hoogtepunt, ongeveer twee weken voor ik in Astoria aankwam. Bij aankomst op de hiker/ biker site (het speciaal voor fietsers en wandelaars ingerichte kampeergedeelte aanwezig in alle state parks langs de kust) in Honeyman State Park, vlakbij Florence werd ik begroet door Rachel die een maaltijd aan het klaarmaken was voor haar en Andrew, haar vriend. Na een korte kennismaking bleek dat onze persoonlijkheden naadloos op elkaar aansloten. Gelukkig sloten ook hun reis in ieder geval voor de komende paar dagen aan bij die van mij en dit werd dus de eerste keer dat ik de dag niet alleen fietsend door zou brengen. Om dit te vieren besloten we dezelfde avond dat we elkaar ontmoetten een rustdag in te lassen en de fietsen dus niet te gebruiken.Het was prachtig weer en omdat het park voor een groot gedeelte gelegen was in de duinen hebben we het grootste gedeelte van de dag in het zand doorgebracht en zelfs een duik genomen in het behoorlijk koude water. Daarna hebben we in Florence een paar flessen wijn gekocht en tot laat in de nacht bij een heerlijk knappend kampvuur reisverhalen uitgewisseld. En geloof me, er is geen betere setting mogelijk voor het uitwisselen van reisverhalen dan bij een kampvuur en wijn drinkend, zo uit de fles.

Fietsend richting Washington bekroop mij dus het gevoel dat ik misschien wel het mooiste gedeelte van mijn reis achter de rug had. Wat ik mij echter vergat af te vragen is hoeveel gekker het zou kunnen worden. Dit was namelijk een niet zo heel relevante vraag sinds ik Austin had verlaten. Nu ik echter over een paar dagen oostwaarts richting New York zal gaan fietsen is dit een vraag waarop het antwoord ‘niet waarschijnlijk nog gekker dan de paar dagen in Seattle’ zal zijn.  De aankomst in Seattle per veerboot deed mij terugdenken aan mijn vertrek vanuit New York, toen ik de stad per veerboot verliet. Het zien van de skyline van beide steden vanaf het water zal ongetwijfeld een van de mooiste uitzichten vormen van mijn reis. Als ik ooit geld en tijd genoeg heb dan koop ik een tweemaster met een stevig anker, zoek een mooie plek ongeveer een mijl uit de kust ergens halverwege de skyline op, laat mijn anker zakken, hang mijn hangmat op tussen beide masten en ga eens even lekker 586 uur non-stop genieten van mijn uitzicht. Het idee dat ik naar een fantastisch ingewikkelde en prachtige mierenhoop aan het kijken ben, terwijl ik niet anders hoor dan het zachte geklots van de golfjes tegen het schip zal vermoed ik een ‘unexpected processing failure’ van mijn hersens tot gevolg hebben en ik schat dat het resetten van mijn processor ongeveer 586 uur zal duren -en met een glimlach op mijn gezicht zal ik deze tijd in mijn hangmat doorbrengen-

In de huidige werkelijkheid echter meerde het schip echter veel te snel tegen de stad Seattle aan en na enkele flinke heuvels (San Fransisco is beroemd om zijn heuvels, maar Seattle doet er niet voor onder) kwam ik aan bij Aaron’s Bike Shop. De eigenaar is niet geheel verrassend Aaron, een stevige man met naar eigen zeggen Iers bloed en bijgevolg een gezonde lust voor bier. Mijn slaapplaats voor de komende dagen was het appartement boven de winkel. De volgende dag neemt hij de fiets onderhanden. In mijn mailtje naar hem had ik aangegeven dat mijn fiets ‘in major need of surgery’ was, vooral de velg baarde mij zorgen (deze was twee dagen ervoor scheuren gaan vertonen). Nadat deze was opgeknapt was het tijd deel te nemen aan de vaste ‘Thursday night ride’, een rit door de stad met een vaste groep fietsers. Ik wist niet echt wat ik moest verwachten, maar terwijl wij bij de startplaats aankomen komt een gozer op een fiets aanfietsen, twee keer zo hoog als een gewone fiets, geheel terecht genaamd ‘tall bike’. Deze fiets blijkt een goede indicatie van de groep als geheel en goed samen te vatten met het woord maf. Tien minuten na aankomst geeft iemand het startsignaal en binnen no-time vliegen we werkelijk door de stad. Tjeemig, wat ben ik al die tijd toch braaf geweest schiet mij steeds door mijn hoofd en wat kan fietsen toch moeilijk zijn besef ik als ik een paar uur later met een paar biertjes achter mijn kiezen zelf op de tall bike door de straten van Seattle rijd.

De volgende avond is het tijd voor een nieuw feestje, ergens in het centrum van Seattle bovenop een heuvel op een achterafstraat met als belangrijkste items diverse bureaustoelen…Welcome to the office-chair downhill race 2007!  De rit ernaar toe ongetwijfeld even spannend als de race waarvan we uiteindelijk net de laatste downhill ronde te zien zouden krijgen. De rit ernaar toe was namelijk in de bak van de bakfiets die Aaron een half jaar geleden uit Nederland had geimporteerd. Nu is een bakfiets op zich niet spannend, maar wanneer je bent overgeleverd aan een berijder als Aaron krijg ik de neiging af en toe mijn ogen te sluiten. We konden er natuurlijk ook omheen fietsen, maar de steilste heuvel- af van mijn reis, ondertussen extra gas bijgevend met de onlangs geinstalleerde elektromotor is werkelijk waanzinnig! Nu had ik naar mijn echt geen conservatieve remstijl, ondersteund door het feit dat ik alleen de remblokjes van mijn achterrem een keer heb vervangen terwijl ik inmiddels meer dan genoeg heuvels heb gezien en meer dan voldoende gewicht meesjouw. Maar ik ben de afgelopen dagen beginnen te begrijpen dat er een groot gat heerst tussen ‘niet conservatief’ en simpelweg ‘krankzinnig’. Ik kan woorden proberen te vinden om deze opmerking verder te ondersteunen, maar het filmpje dat mij door een medewerker van Aaron onder de aandacht is gebracht zegt denk ik genoeg en zorgt ook voor een betere afsluiting dan ik met woorden kan bedenken. Eh, o ja, houd overigens je hart vast… [klik hier - het downloaden kan even duren}



Monterey – Avenue of the Giants
april 8, 2007, 1:47 AM'
Ingedeeld onder: __Nederlands

De tweede gedachte die mijn hoofd indwarrelt, nadat ik net wakker ben geworden is dat ik vandaag, in ieder geval op het gebied van natuur, het hoogtepunt van mijn reis ga meemaken. Het overall hoogtepunt, gemarkeerd tijdens mijn aankomst en eerste paar dagen in New York kan denk alleen worden overtroffen door mijn tweede bezoek aan de stad.

Maar hoewel ik weet hoe bijzonder deze dag gaat worden blijf ik nog even liggen. Hoe lekker het is om in een warm bed wakker te worden is namelijk bijna elke ochtend de eerste gedachte in mijn hoofd en de fijne warmte in de cocon van mijn slaapzak geeft mij elke ochtend weer een gevoel dat ik maar moeilijk kan verwerpen.

Uiteindelijk winnen mijn gezonde verstand (ik kan toch niet de hele dag in mijn nest blijven liggen) en enthousiasme (ik wil dit unieke stuk natuur zo snel mogelijk zien) het van het fijne gevoel en kruip ik mijn slaapzak uit.

Vandaag ga ik de Avenue of the Giants befietsen. De reuzen zijn in dit geval de grootste bomen ter wereld (hoo-ha!) en de avenue is een 32 mijl lange galerij van deze giganten. Maar voor ik bij mijn bestemming aankom moet ik eerst nog een kilometer of dertig naar het bos toefietsen. De schoonheid van het landschap waar ik doorheen fiets dringt nauwelijks tot mij door. Mijn gedachten dwalen constant af naar de galerij der reuzen, een museum waar je doorheen kunt fietsen (sommigen van deze reuzen zijn meer dan duizend jaar oud).

Op het moment dat ik de avenue betreedt probeer ik woorden te vinden voor de onwaarschijnlijke grootsheid van de bomen, maar ik kan geen passende vergelijking bedenken…tot ik langs een put aan de rand van de weg rijd en vanuit de put de stalen echo van kikkergekwaak hoor… Onmiddelijk zie ik mezelf als kind een propje papier in de mond van Hollebollegijs gooien, gevolgd door de stalen echo van een stem die zegt ‘dankjewel’. Het is die vergelijkbare stalen echo die mijn gedachten doet afdwalen naar het sprookjesbos in de Efteling.

Nu weet ik dat dit niet de eerste keer is dat ik de analogie van de Efteling gebruik en ik heb een tijdje over de reden nagedacht waarom ik steeds weer deze vergelijking maak. Uiteindelijk kwam ik tot de conclusie dat ik als kind de sprookjes uit de Efteling misschien wel honderd keer heb gehoord op de verschillende ‘Sprookjes van de Efteling’-elpee’s. Als kind paste mijn fantasie tijdens het luisteren van de sprookjes haarfijn op alles wat ik zag wanneer ik door het ‘echte’ sprookjesbos in de Efteling liep. Dit maakte de sprookjes natuurlijk nog mooier. Ik had ze niet alleen gehoord, maar ze nu ook met eigen ogen gezien.

Een paar jaar later bezocht ik het sprookjesbos weer en zag voor het eerst dat alles overduidelijk nep was. Teleurgesteld besefte ik dat er een leeftijdsgrens aan het geloof in sprookjes is verbonden. Eddie Vedder (zanger van Pearl Jam) beschrijft het denk beter dan ik in het nummer ‘I’m open’, hij schrijft: ‘When I was six I believed that the moon overhead followed me, by nine I deciphered the illusion, trading magic for fact, no tradebacks’.

En dat is precies waar de teleurstelling vandaan kwam. Het besef dat ook in het sprookjesbos dezelfde wetten gelden als daarbuiten. Het vliegende tapijt vliegt niet, rozen groeien niet met de magische snelheid van een paar minuten, kikkers spelen geen trompet… En hoe je als volwassene ook wilt geloven in de sprookjes, nadat de sprookjes van hun magie ontdaan zijn is er geen weg terug.

De enige manier waarop ik terug zou kunnen keren naar de wereld van sprookjes was door in de echte wereld op zoek te gaan naar plaatsen zo mooi en onwerkelijk dat het gevoel dat ik bij het beluisteren van de sprookjes kreeg terug zou komen. En dat is precies wat gebeurde op het moment dat ik het kikkergewkaak uit de put hoorde komen.

Een paar mijl verder besefte ik dat dit bos is wat de Efteling probeert te na te maken. Gelukkig besefte de amerikaanse overheid dit bijna honderd jaar geleden ook, met als gevolg dat dit gebied gespaard is gebleven van de hak en zaag lust die hier rond die tijd hevig woedde. Uiteindelijk was het slechts een kwestie van tijd voor de Amerikaanse overheid (gelukkig) een weg door het gebied liet aanleggen en Humboldt State Park een attractie werd. Maar waar de Efteling waanzinnige attracties nodig heeft om publiek te trekken heeft Humboldt Sate Park alleen aan de omgeving voldoende.

Even later besef ik dat het nog fenomenaler zou zijn wanneer het State Park attracties uit de Efteling door het park zou laten aanleggen, dat zou van Humboldt State Park pas echt een succesnummer maken. Een paar bochten na deze gedachte vraag ik mij af sinds wanneer ik in bezit ben van iets dat op een commerciële zenuw lijkt (een duidelijk symptoom van veramerikanisering)? Schrikkend van de vraag verwerp ik de fantasie en fiets stil verder door de tunnel van overhangende redwoods -wanneer er bomen staan donker en koel, wanneer er geen bomen staan warm en licht-.

Aan het einde van mijn dag kom ik bij voor wat mijn parkeerplek van vandaag zal worden. De eigenaresse van de camping ziet mij al aankomen voor ik het kantoortje bereikt heb en na een hartelijke verwelkoming en een duidelijke uitleg van de bezoeken gebieden betaal ik voor mijn kampeerplek en loop naar buiten.

De eigenaresse volgt mij op de voet en samen eindigen we op de patio voor het kantoor. Ik probeer vanaf de patio mijn kampeerplek te vinden, maar mijn blik word gevangen door wat ik op vier meter afstand in de linkerbovenhoek van mijn blikveld zie: De tinkerbells van het redwoord forest, kolibriën. Omdat ik even twijfel vraag ik ter bevestiging of ik zie wat ik denk dat ik zie. De vrouw pakt me daarop bij mijn arm en leidt me naar een stoel een paar meter achter mij. Daar blijft ze staan en zegt ‘Kijk naar die voederbak’ (een sterk uitvergrote doorzichte aardbei op zijn kop gevuld met suikerwater). Even zie ik niets bewegen, maar dan komen vanuit verschillende hoeken de vogeltjes aangevlogen en een fantastisch schouwspel over hoe de vogeltjes zichzelf vliegend voeden en tegelijktijd vechten om een plekje rond de voederbak.

Na een paar minuten sprakeloos staren vertel ik haar dat dit misschien het hoogtepunt van mijn reis is: ‘Cycling through the Avenue of the Giants to meet some hummingbirds at the end of the day’. Daarna fiets ik naar mijn kampeerplek, zet mijn tent op, neem een warme douche en ga verder met mijn boek “Hells Angels” van Hunter S. Thompson om deze, tot dusverre zeer zachte en groene dag met een ruwe tint af te sluiten.

Je vraagt je misschien af waarom ik zo opzettelijk de lieve vrede in mijn hoofd verstoor met een boek over leer & smeer-freaks op veel te luid ronkende Harley’s? Zie het alsof je de maaltijd begint met een heldere bouillon om na het prikkelende hoofdgerecht af te sluiten met een dubbele espresso en een soepele vierentwintig jaar oude single malt whisky en een sigaar. Aan het einde van een dag waarin de zintuigen slechts zachte duwtjes in de rug hebben gekregen is het soms moeilijk de slaap te vatten. Een keiharde klap, vol op de neus en precies tussen de ogen van de zenuwuiteinden is het enige dat dan helpt. Whisky en een boek over Hells Angels zijn verschillende middelen, maar dienen hetzelfde doel, het garanderen van een goede nachtrust.

Als enige ware afsluiting kan ik alleen nog maar schrijven: Welterusten