Ingedeeld onder: __Nederlands
Route:
Deming - Los Angeles 130 mijl
Laat ik beginnen met fantastisch nieuws. Het verkrijgen van een noodpaspoort was een peulenschilletje. Na een prettig gesprek met de consul bleek dat ik niet meer dan zestig Euro
hoefde te betalen, een vriendenprijs omdat ik zo’n mooie reis aan het maken was (ik heb mij als toerist nooit vriendelijker behandeld gevoeld dan tijdens deze reis en omdat ik besef dat dit weleens dit een unieke jaarlange belevenis is accepteer ik gretig alle vriendelijke gebaren) en dat ik moest zorgen dat ik naar Los Angeles kwam om mijn paspoort op te halen. That’s all! En dus was het, na een paar dagen in het enorme grote en vooral vlakke Phoenix in het prettige gezelschap van Terry & Heather (gevonden via het fantastische warmshowers) “Allez hop!” westwaarts in een rechte lijn richting L.A. Deze paar dagen werd het aantal mijlen totaan Los Angeles en daarmee totaan de langverwachte kust elke dag zoveel kleiner dat de gedachte eindelijk mijn voorwiel in het oceaanwater te parkeren (een idiote traditie, maar wel een grappige manier om het einde van mijn eerste oversteek te markeren) elke heuvel die ik overklom steeds sterker werd. Maar al was ik op de kaart zo dichtbij, in praktijk bleek de afstand totaan waar het zand het water raakte nog ongelofelijk ver weg.
Totaan Palm Springs kon ik mijn gedachten nog eenvoudig naar de enorme bergen laten afleiden, maar Palm Springs was de eerste plaats waar ik het sterke gevoel bijna in Los Angeles te zijn niet meer van mij af kon schudden. Helaas bleek de ochtend dat ik wakker werd de parallel met Frodo die de ring van de gezapige shire naar Mount Doom brengt geboren. Dat was namelijk de dag dat mijn gps volledig weigerde te werken, waardoor ik mijn weg naar en door Los Angeles min of meer moest gissen. Het was de dag dat mijn Sam zijn ogen niet meer opendeed en ik een comfortabele rit naar de kust kon vergeten.
De kaart die ik bij een van de steeds talrijkere benzinestations had aangeschaft was op zo’n grote schaal getekend dat zelfs de snelwegen niet meer dan gevaarlijke dunne blauwe lijntjes op de kaart werden. Secundaire wegen waren alleen getekend wanneer deze zich op respectabele afstand van de snelweg waren aangelegd. Het gevolg hiervan was dat ik de twee dagen na mijn overnachting in Palm Springs grotendeels over de schouder van de snelwegen heb doorgebracht. Wanneer het gemak van de gps wegvalt opent dit op papier de weg naar avontuur. Avontuur! Sta mij toe een boekje open te doen over wat avontuur betekent wanneer je er middenin zit…
Van Palm Springs naar de eerstvolgende beschaving was niets minder dan een helse beklimming van zevenhonderd meter door een geologische windtunnel tussen twee kilometers hoge bergruggen met naast mij tien banen oorverdovend voorbijronkend verkeer. Daarbij was de wind vaak zo strek dat ik tijdens de zeldzame afdalingen in een licht verzet kracht moest zetten om af te kunnen dalen. Nadat ik eindelijk de bewoonde wereld had bereikt kon ik geen kampeerterrein of motel vinden. Na een vruchteloze zoektocht besloot ik mijn tent op een min of meer braakliggend terrein op te zetten. Het terrein was van de weg gescheiden door een spoorbaan. Een verwaarloosbaar detail in de woestijn waar treinen hoogstens eens per twee uur passeren. Irritant tot een niveau dat je je oren uit je hoofd wil trekken in de buurt van een stad met miljoenen inwoners waar de frequentie is opgevoerd naar een keer of vijf per uur. Waar treinen in Nederland spoorwegovergangen oversteken in de relatieve stilte van rollend ijzer op ijzeren bielzen blazen treinen hier op een toeter uit hel van heb ik jou daar wanneer ze een vergelijkbare overgang passeren. En niet een keer, nee, om absoluut zeker te zijn dat ook de truckrijdende ‘Sweet Home Alabama‘ uit zijn opgepompte speakers blazende hillbilly zijn rempedaal op tijd intrapt, toetert de machinist een keer of vier, of waarom niet, nog een keertje extra en lekker lang deze keer…voor de zekerheid.
Hoe ik de slaap heb kunnen vinden is een bewijs van het menselijk vermogen tot aanpassing in elke omgeving. Helaas werd de volgende ochtend mijn vermogen tot aanpassing zover opgerekt dat het elastiekje bijna knapte Vlak nadat de eerste zonnestraal mijn tent raakte werd ik ruw gewekt door het geluid van een stuk of dertig monstertrucks die in een moordend tempo alles om
mij heen van heuvelachtig naar plat als een pannenkoek aan het walsen waren. Ik had mijn tent opgezet middenin de droom van een megalomane projectontwikkelaar. De slaap uit mijn ogen wrijvend besloot ik het hele schouwspel een minuut of tien aan te kijken, maar al snel had ik genoeg van het geluid dat ik de dag daarvoor ook al de hele dag gehoord had en besloot mijn tent af te breken.
Niet lang daarna fietste ik weer op het bekende stukje schouder langs de snelweg. Ik kan niet zeggen dat het geluid begon te wennen, maar na een tijdje had het de neiging de overige hersenfuncties (behalve die van mijn rondtrappende benen) uit te schakelen en geleidelijk loste alle uren van die dag zonder enige herinnering op, tot het einde van de dag. Toen begon het zoeken naar een geschikte slaapplaats opnieuw en deze keer zou ik niet opnieuw in het open veld te slapen. Behalve dat ik niet de kleinste behoefte had was er zo dicht bij Los Angeles geen open veld meer om mijn tent op te zetten. Deze zoektocht duurde tot ongeveer half acht. Het was al een tijdje donker, er waren veel te dichtbij veel te veel auto’s, ik was moe…ik was het zat.
Avontuur! Inderdaad. Een prachtig woord, vol belofte, maar uiteindelijk vooral een prachtig woord achteraf, op de bank met de pantoffels onder tafel. Naar mijn idee is avontuur op het moment dat je er middenin zit vaak iets anders dan een synoniem voor frustratie, vraag maar aan Frodo. Maar
net als voor Frodo nadat hij zich eindelijk van de ring ontdaan had is ook mijn avontuur op een prettige manier geindigd. Ik heb mijn noodpaspoort (!), zo afschuwelijk roze overigens dat ik mij afvraag waarom ze in godesnaam van alle beschikbare kleuren uiteindelijk voor het pupilpijnigende en kringspiersamentrekkende zuurstokroze hebben gekozen. Het antwoord is waarschijnlijk achterin hetzelfde boekje te vinden met het antwoord op de vraag waarom een verlenging van mijn visum 200 dollar kost. Cha-ching, indeed! Maar uiteindelijk betekent dit alles dat ik mijn reis niet onverhoopt hoef af te breken. Het avontuur wordt vervolgd.
Ingedeeld onder: __English
Route: Link
Austin – Del Rio 233 miles
Del Rio – Marathon 174 miles
I think it is easy to conclude from my former update that until I got to Austin, I wished for a little more variation in the surrounding environment during my trip. It wasn’t even the unexpected relative monotony that eventually began to annoy me, especially the fact that the environment didn’t struck me as being very unique to me lead to the lack of enthousiasm when I arrived in Austin. Apart from the size of the cars and the amount of gas stations, I might as well have been cycling in the dutch province of Drenthe which by the way is a beautiful provence, but apparently not beautiful enough to entertain my eyes with for a few months.Several people assured me that the surrounding environment would definitely change after I’d leave Austin and head west.
Unfortunately my faith had been a little busted because I was assured the same during my parts along the eastern coast. But already after a few hours after I’d left Austin it became apparent that Texas Hill Country was not a title thought up by the Union of Texan Travel Bureaus, with the implicit promise of excellent views the hilltops would provide the travelhungry tourists. Texas Hill Country was very, very true. I was provided with one after the other hill like a spoiled brat drowning in toys given by a far too rich aunt with a wart on her nose dying for a little affection from her dearest cousin. So I want hills? Here I have ‘m.
But with these magnificient views , different coloured lights and growth on so many beautifully coloured hillsides, the beautiful weather and the endless silence when the wind dies away I am definitely not complaining.A few days later, with a five kilometer long final descent I reach the end of hill country I cycle into the next unique environment. The desert. The environment here is not for the average American, demanding facilities enhancing comfort in all imaginable situations in which an increased heart rate might be expected, with the result that almost no one lives here. Villages are thirty miles apart on avarage and are often so small that one starts to think how they received a name in the first place. Unfortunately, the modern economy together with its inflation also finds its way into these in-the-middle-of-nowhere-villes,
forcing a part of the citizens to move away elsewhere. The result of this is that a lot of these villages lose their critical mass and at times seem abandoned while at other times they are abandoned. A strange new role for a lot of the broken down houses is that of being a billboard for God & Jesus. Frankly, to me the chance of searching soles finding faith and hope from texts written on the ruins of former places of protection against wind and chill seem rather slim, but apparently some people share a different conviction. While cycling through this beautiful environment, really enjoying myself and the fact that I decided to embark on this wild journey, I suddenly awakened out of my slumber by a sharp cracking sound, followed an hour or so later by an annoying squeeky sound. After some research it turned out my seat post was broken. Luckily I was within a few miles of civilization and I guess I was even luckier when I met a girl on a bicycle. Her name turned out to be Mary and she was on her way to her gallery from where she made and sold her paintings. Mary and her husband Neil happened to own about four bicycles. An hour later my bike was repaired and I had a place to sleep, one of Neil’s three houses, for the upcoming days.Until a few years ago Neil had been a businessman with a growing desire for living in a quiet community. Marathon, a pencil dot of a
town with 455 inhabitants proved to be the perfect place, but it so turned out that Neil’s busy mind was a lot harder to put to rest. This, together with his keen nose for good deals has lead to ownership of several homes and pieces of land in Marathon. The richest man in town, Mr. Big isn’t extremely happy with this situation, especially now Neil owns a piece of land that Mr. Big was particularly keen on. But Mr. Big in his turn owns a piece of land that Neil would like to get his hands on. This game, known by insiders as Marathonopoly has been going on for a while and my guess is that it will be over long after I have set on dutch soil again. In retrospect I think that the fact that my seatpost broke was more of an advantage than a disadvantage. If it wouldn’t have broken I wouldn’t have met Mary and would have come to know nothing more about Marathon than the quality of cable television in Motel Marathon for something like 35 bucks a night, waiting for a snowstorm that eventually laid a plaid of snow about five inches thick over the town. In stead, I had an awesome time with Mary, Neil and several of their friends, including Kate, an artist living in Marfa, which turned out to be my next sleeping place. If only the wind is going to help my out tomorrow….that’s all I can wish for.
Ingedeeld onder: __Nederlands
Route:
Marathon - Van Horn 130 mijl
Van Horn – Deming 220 mijl
Vandaag ben ik aangekomen in Deming en deze dag is even goed als alle andere om het volgende te vertellen.
Vorige week heb ik in een besneeuwd Van Horn, een stadje in de westpunt van Texas een vluchtige ontmoeting gehad met een van mijn conta-productieve zijdes. Alweer. Precieze tijd en lokatie onbekend, maar enkele uren na onze ontmoeting was ik mijn paspoort
kwijt. Inderdaad. Ik weet deze keer niet of ik hem ben verloren of dat hij is gestolen en ook kan ik moeilijk aangeven wat de rol is geweest van het onverwachte pak sneeuw wat ervoor heeft gezorgd dat ik mijn paspoort niet hoefde te gebruiken nadat ik door de sneeuw mijn weg naar het postkantoor had geploegd (vanwege het dikke pak sneeuw was het postkantoor, net als de snelweg, gesloten en hierdoor hoefde ik mij niet te legitimeren voor het pakketje dat achter de gesloten glazen deuren op mij lag te wachten). Wat ik wel weet is dat ik na mijn bankpasjes en gps nu ook mijn paspoort kwijtgeraakt. In mijn voorlaatste verslag schreef ik hoe mijn stemming veranderde van zonnig naar bewolkt en dat ik niet kon geloven dat het verlies van twee rechthoekige stukjes plat plastic mijn stemming kon bepalen. Nu weet ik dat ik gelijk had. De echte reden was niet de onverwachte onmogelijkheid tot opname van snel geld, de echte reden was ikzelf.
Mijn gps en bankpasjes waren echt gestolen en ook mijn paspoort had ik vlak een paar uur voor ik hem kwijtraakte nog in mijn bezit. Dus hoewel het mij bijna onmogelijk lijkt dat ik hem gewoon ben verloren, ergens heb ik het gevoel dat ik hier niet helemaal onschuldig ben. Want hoewel ik natuurlijk begrijp dat je zo ongeveer alles mag kwijtraken, alles behalve deze drie dingen (!), ben ik op dit gebied helaas gezegend met een dosis talent vergelijkbaar met de natuurlijke dosis sex appeal van het woord griesmeelpudding, waardoor ik nu tot de selecte groep toeristen behoor die de ene dag wakker wordt zonder bankpasjes en de andere dag zonder paspoort.
Gelukkig voor mij kan ik zeggen dat het scheppingsverhaal in mijn voordeel spreekt. Adam was gecreeerd als een naakte man en zijn enige persoonlijke bezit was een vijgeblad. En na al die jaren van natuurlijke selectie zijn documenten ter identificatie van wie iemand is, apparaten die vertellen waar iemand is en kaarten die gebruikt kunnen worden om te kopen wat iemand wil nog steeds geen onderdeel van onze genetische code. Baby’s worden naakt geboren en alles wat ze gedurende hun verdere leven vergaren zijn dozen en dozen vol persoonlijke eigendommen. Toevallig heeft mijn doos een enorm gat in de bodem en hoewel ik hiervan inmiddels op de hoogte ben kies ik ervoor de doos niet voor mijn buik te dragen, omdat die grote doos voor je buik de neiging heeft een gedeelte van je uitzicht weg te nemen. Zo blijk ik twintig jaar nadat ik een huissleutel om mijn nek moest dragen omdat ik hem anders ongetwijfeld zou verliezen bijzonder weinig veranderd. Was ik de eerste man op aarde dan was ik waarschijnlijk behalve de grootste landeigenaar ter wereld waarschijnlijk ook de eerste onvrijwillige part-time exhibitionist, de helft van de tijd op mijn knieen tussen de struiken op zoek naar mijn vijgeblad.
Dat ik dit met een lach vertel betekent niet dat ik trots of zelfs maar blij ben met deze eigenschap en klakkeloos accepteer dat ik dingen kwijtraak waar de meeste mensen zo zuinig op zijn dat ze ze nooit kwijtraken. Ook ik kan niet zonder de dingen die ik ben kwijtgeraakt en verlies dus zomaar veel tijd met het opnieuw aanvragen van mijn passen. Op dit moment ben ik onderweg naar Phoenix waar ik een nieuw paspoort zal moeten aanvragen en dit zal waarschijnlijk weer enkele weken van mijn kostbare reistijd af gaan snoepen. Helaas zijn er in mijn leven veel momenten waarop ik niet op mijn bezittingen let, omdat ik met mijn hoofd in de wolken, langs het asfalt of bij de muziek uit mijn oordopjes ben en dat heeft dus als gevolg dat ik materieel en tijd verlies. Om tijd terug te winnen voor dit specifieke geval speelde ik met de gedachte de trein te nemen vanaf El Paso naar Phoenix.
Een plan waar ik mij waarschijnlijk aan zou hebben gehouden als ik niet rond zes uur in Fort Hancock, het laatste dorp voor Del Rio bij een benzinestation stopte voor een koele verfrissing. Op het moment dat ik voor de ingang van mijn fiets aftstapte, stapte een
atletisch gebouwde lange figuur met een beginnende grijze baard en skimuts naar buiten. Met een dikke glimlach gericht naar mijn even dikke fietstassen vroeg hij wat mijn plan was. Nadat ik hem in tweeenhalve seconde mijn plan uit de doeken had gedaan, inclusief het plan op zoek te gaan naar het treinstation in El Paso (het geluid van ronkende moteren van auto’s op weg weet ik veel waarheen in een parfum van licht ontvlambare gassen geeft mij altijd het gevoel dat er geen tijd te verliezen is, waardoor ik informatie deel in een tempo dat de luisteraar het gevoel moet geven dat ik zojuist een cocktail van benzine en speed naar binnen heb geslurpt) antwoordde hij of ik ooit van de ‘Ride accross America’ gehoord had. En inderdaad, dit was inmiddels de derde keer dat iemand de naam ‘RAAM’ had laten vallen.
RAAM! De mytische race waarin bovennatuurlijk getalenteerde atleten non-stop van kust naar kust racen in een dag of tien. Schijnbaar. Ik vond het maar moeilijk te geloven en had beide vorige keren het gevoel te maken te hebben met het ‘In America everything’s bigger‘-syndroom. Leuk en knap dat jij rond Amrika fietst, maar…
Maar deze keer was anders, mede omdat hij vertelde twee keer onderdeel te zijn geweest van de crew, maar ook en vooral om kracht te geven aan zijn argument niet de trein te nemen, ik zou er voor altijd spijt van hebben. Het zou hetzelfde zijn als zeggen dat ik bijna, bijna sex zou hebben gehad met Madonna. Nu vond ik het Madonna voorbeeld niet bijzonder sterk, zij is bijna vijftig en dus bijna twintig jaar ouder dan ikzelf, maar hij was dan ook een stuk ouder dan ik en het idee was duidelijk.Het zou nogal arrogant en dom van mij zijn zijn advies in twijfel te trekken. Deze man had mensen, hoewel superatleten, begeleid van de west naar oostkust in een onmogelijk en buitenaards snelle tijd. Hoewel superatleten, je hebt motivators van Mars nodig om je
binnen negen dagen (inclusief slaaptijd) vierduizend mijl, ongeveer zevenhonderd kilometer per dag, te laten overbruggen. Daarbij zag ik een paar uur later toen ik voor het eerst zijn kaartje las dat deze man meerdere skeelerrecords uit het Guiness book of records had gebroken. Hoe zou ik geloofwaardig kunnen maken dat ik met nog meer dan zes maanden te gaan het gevoel had in tijdnood te verkeren? In zijn ogen had ik natuurlijk nog zeeen van tijd, wat, een oceaan vol! Dus ik heb geluisterd en gehoorzaamd. Op dit moment ben ik ergens halverwege tussen Del Rio en Phoenix en weiger na te denken over de twintig mijl per uur tegenwind die mij morgen te wachten staat.