Ingedeeld onder: __Nederlands
Route:
Austin – Del Rio 233 mijl
Del Rio – Marathon 174 mijl
Zoals kon worden opgemaakt uit mijn vorige verlsag had ik totaan Austin op iets meer afwisseling in omgeving gehoopt. Het was niet eens zozeer de onverwachte relatieve eentonigheid die mij na een tijdje begon tegen te staan, vooral het feit dat de omgeving mij niet als bepaald nieuw voorkwam zorgde voor een gevoel van teleurstelling en gebrek aan enthousiasme toen ik in Austin aankwam. Afgezien van de grootte van de auto’s en het aantal benzinestations had ik voor het grootste gedeelte net zo goed door Drenthe kunnen fietsen, een prachtige provincie overigens, maar schijnbaar niet mooi genoeg om maanden achtereen mijn ogen mee te vermaken.
Verschillende mensen verzekerden mij dat de omgeving zeker zou veranderen nadat ik vanuit Austin verder westwaarts zou fietsen. Helaas was mijn vertrouwen een klein beetje aangetast nadat mij verschillende keren hetzelfde was verzekerd tijdens het gedeelte van mijn route langs de oostkust. Gelukkig werd enkele tientallen kilometers nadat ik Austin had verlaten duidelijk dat Texas Hill Country geen door de Unie van Texaanse Reisbureau’s bedachte titel was, met de impliciete belofte van prachtige vergezichten die de toppen van de heuvels de reislustige toeristen zou bieden. Texas Hill Country was maar al te waar. De ene na de andere heuvel werd mij voorgeschoteld als een verwend kind dat omkomt in het speelgoed van verwenzuchtige oudtantes met veel teveel geld.
Dus ik wil afwisseling van uitzicht en omgeving? Dan zal ik het krijgen ook! Maar met deze uitzichten, verschillende kleuren licht en begroeiing bovenop langgerekte heuvelruggen, het prachtige weer en de eindeloze stilte als de wind wegvalt op het moment dat ik even besluit te gaan zitten om te genieten van mijn uitzicht hoor je mij niet klagen.
Een paar dagen later bereikte ik met een vijf kilometer lange laatste geleidelijke afdaling het einde van hill country en fietste de volgende unieke omgeving in. Het land ligt hier zovert van de Golf van Mexico & Stille oceaan dat het land officieel woestijn heet, de Chihuahuan woestijn. Een omgeving als deze is niet voor de gemiddelde Amerikaan, voorzieningen wensend ter bevordering van het gemak in alle denkbare facetten van het leven waar een verhoogde hartslag eventueel verwacht kan worden, met als resultaat dat hier bijna niemand woont. Dorpjes liggen gemiddeld vijftig kilometer van elkaar verwijderd en zijn vaak zo klein dat je je afvraagt hoe ze ooit een naam verdiend kunnen hebben. Helaas vindt de economie met haar bijbehoren de inflatie ook naar deze In-the-middle-of-nowhere-villes haar weg, waardoor een gedeelte van de inwoners gedwongen wordt te verhuizen naar omgeving met meer toekomst.
Het resultaat hiervan is dat deze dorpjes hun kritische massa verliezen en soms uitgestorven lijken of zelfs zijn. Een vreemde nieuwe dienst die van veel van de ineengestorte huizen vervullen is die van reclamebord voor God en Jezus. Eerlijk gezegd lijkt mij de kans dat dolende zielen nieuw geloof en vertrouwen vinden vanuit teksten geschreven op de krotten van voormalige beschermplaatsen tegen wind en kou nogal klein, maar blijkbaar delen sommige mensen een andere mening.
Fietsend door deze vervreemdende omgeving, vlak en geel met bruine spikkelbosjes als de pels van een luipaard, afgebroken aan de horizon door bergen en waar al het verkeer dat ik tegenkwam bestond uit een combinatie van vrachtwagens, RV’s en border-patrol trucks voelde ik mij steeds meer een reiziger langs het einde van de wereld, helemaal wanneer ik een van de vele canyons passeerde die de aarde moet hebben gecreeerd om de bergen uit op te trekken. Dit was mijn reis zoals mijn reis bedoeld was…tot een scherpe tik, gevolgd door een irritante piep waarvan ik de oorzaak niet kon vinden tot ongeveer een uur later. Vanaf dat moment begon mijn zadel zich te gedragen als een schommelstoel. Ik was op de hoogte van al de gevoelige onderdelen op mijn fiets: mijn banden, ketting, remmen, derailleur en spaken. Deze onderdelen controleerde en onderhield ik dan ook met een voor mijn doen behoorlijke regelmaat. Aan een zadelpen (het falende onderdeel) kan echter weinig worden gecontroleerd of onderhouden. Een zadelpen is stuk of heel, er is geen tussenstadium en er kan niets aan worden gedaan. Helaas is er ook weinig dat kan worden gedaan nadat een zadelpen breekt. Behalve worden gerepareerd.
Gelukkig was ik in de buurt van de bewoonde wereld en nog gelukkiger was een van de eerste mensen die ik tegenkwam een vrouw op een fiets. De vrouw op de fiets bleek Mary te heten en was op weg naar haar galerie van waaruit ze schilderijen maakte en verkocht. Mary en haar handige echtgenoot Neil bleken een fiets of vier te hebben. Een uur later was mijn fiets gerepareerd en had
ik een slaapplaats, een van Neil’s huizen, voor de komende dagen.
Tot een paar jaar geleden was Neil een zakenman met een groeiende wens voor een rustige omgeving. Marathon, een gehucht met 455 inwoners was de perfecte plaats hiervoor, het lichaam en de geest van Neil bleken echter wat moeilijker tot rust te wiegen en Neil’s neus voor een goede deal heeft ertoe geleid dat hij nu enkele huizen en enkele stukken grond in Marathon bezit. Dit tot ongenoegen van de rijkste man in Marathon, bijgenaamd Mr. Big en eigenaar van een luxe hotel langs de hoofdweg, enkele huizen en meer stukken grond dan Neil. Neil heeft echter een stuk grond langs de hoofdweg op de kop kunnen tikken waar Big Boss al jaren op aast en Big Boss heeft een stuk land dat Neil graag wil hebben. Dit spel, bekend bij ingewijden als Marathonopoly, is al een tijdje aan de gang en zal naar mijn idee pas zijn uitgespeeld lang nadat ik mijn voeten weer op nederlandse bodem heb gezet en boerenkool beschouw als een gewone groente in plaats van een hemels en onbereikbaar gerecht.
Het moment dat mijn zadelpen knapte beschouw ik achteraf meer als een geschenk dan een ongemak. Was mijn zadelpen niet gebroken dan was ik Mary niet tegengekomen en zou ik niets van Marathon hebben geweten behalve de kwaliteit van kabeltelevisie in Motel Marathon voor 35 dollar per dag in afwachting van een sneeuwstorm die uiteindelijk gisternacht een deken van zeker een decimeter sneeuw over het dorp heeft uitgelegd.
In plaats daarvan heb ik me overdag fantastisch vermaakt met Mary, Neil en verschillende van hun vrienden overdag en vond ik ’s nachts een slaapplaats in de vorm van een vrijstaand huis met een bad en een heerlijk zacht bed als schuilplaats voor dezelfde sneeuwstorm. Helaas zal het morgen tijd zijn om te gaan. Hoe gezellig ook, mijn planning laat het niet toe langer te blijven. Ongetwijfeld zal het morgen nog steeds koud en nat zijn, rond het vriespunt met een flinke bries in mijn rug of in mijn gezicht, onmogelijk te zeggen welke van de twee op dit moment. De wind is hier afhankelijk van de bergen en de bergen zijn hier als oude bokkige mannen, vriendelijk de ene minuut en chagrijnig de volgende. Alles wat ik nu kan doen is hopen op een beetje zon, zodat de foto’s in ieder geval oogverblindend mooi zullen worden.
Ingedeeld onder: __English
Route:
Atlanta-Pensacola 324 miles
Pensacola-Gulfport 133 miles
Gulfport-Bogalusa 68 miles
Bogalusa-Austin 528 miles
Three months ago I started this journey in the quiet hope that each day would bring new surprises. Surprises which I would take to me as indispensable vitamins to feed my initially boundless enthusiasm with new impulses each day. I also started this trip in the quiet hope that the only set backs which I would encounter would be physical ones. And finally, I started this trip with a more than quiet hope (the expectation) that the changes in the landscape were going to be more dramatic than a change in the colour of the canopy from dark green to a somewhat lighter dark green. The hope that naivete in my case would be synonymous to realism and the idea that my tour would become a continuous chain of highlights materialized into a fantasy about a month ago.
It was around that time that my bank cards and gps were stolen, and my trip from there to Austin didn’t exactly mark the high light of my trip. And though it would seem obvious to blame this on the fact that my cards were stolen, I had the irresistable
urge to find a deeper reason for my mood swing from sunny to overcast. Not only as a means of killing time in this stubbornly unchanging environment (though the inserted picture, shot after a day filled with horrid weather is a beautiful representation of the opposite), but really because I did not want to believe that my mood could mostly be determined by the loss of two square flat pieces of plastic.
And before I knew it I was contemplating the real reason for my trip, the search to find my inner self and my place within the all covering biggest picture of things. The big questions, questions you would normally only ponder over when you’re drunk I began pondering while being completely sober. The great advantage of being drunk is the cover that slowly but surely is being laid over the night and your mental capacities. After a while questions don’t require answers anymore because as the hours go by you eventually forget to remember the questions. Sober on a bicycle on a quiet road without distractions the questions keep repeating themselves. And without trained psychologists or the Dalai Lama on the side of the road the chance of coming up with the final answers in my head, where I’m fully dependant on my own logic and wisdom are extremely slim.
The only remedy to this mental state is a good follow up question. Standing in front of the house of my next warmshowers host with my bicycle in my hand I was presented with a very good follow up question: “Who in heaven’s name is this BJ (Big Jeff) Johnston character I’d written via warmshowers?” In his kind anwer he had written me that I had a place to sleep for the following days, but he expected to be working around the time I’d show up at his house.
While I’m unloading my bike and he indeed turns out not to be home, I try to get an idea of the type of host I decided to envite myself to as a guest. I look around and I see myself standing on a patch of loose gravel, enclosed at the left side by the road and on the right side by abundantly growing weeds, a jacuzzi and a dirty, no, disgusting! previously white enormous pair of underpants. What a disgusting previously white enormous pair of underpants in front of the front door tells about the type of host is a question with a likely disturbing answer. Especially when I link the state and size of the underpants to the name Big Jeff, and gluttony and sloth, two of the seven deadly sins are starting to seriously mess with my already disturbed fantasy. Unfortunately, for now there weren’t any, more comforting clues. All six windows of the light green painted house only provided me with an inside look up until the closed blinds, about two inches behind the glass, so what the house looked like on the inside remained unanswered. However, blinded windows are sedomly promising. BJ is providing me with a place to sleep the next couple of days, great! I couldn’t decide whether to cheer or swallow. Because it was starting to get dark and cold quickly and because I had no money to stay in a hotel I decided to cheer, albeit quietly. So quietly in fact that it could easily have been mistaken for breathing out loudly.
Four hours later I’m standing in a bar with about ten people (of whom no one was called BJ) slamming shots like it’s water, what it actually is for the most part anyway. And a few hours after that I’m standing next to my bed trying to convince BJ and Ryan (his room mate) that I do really need to get some sleep at this point. Big Jeff (a nick name his parents gave him when he was little) and Ryan turn out to be two bad-ass dudes and the disgusting pair of underpants turns out to be a Halloween prop and current property of Homer, a six months old black lovely labmix. The coming days are highly unlikely to become resting days. The guy who stayed here before me (who also contacted BJ via warmshowers) described them on his weblog as a fucking riot, which basically means that at this point they are living life like it’s a big bottle of beer that ought to be drank through a straw, before dinner time and preferably with an unlimited amount of tequila shots…metaphorically spoken of course (of course!). The current guest (me) thinks they’re mentally unstable isotopes of crazy drunk Uranium, which basically means that they should thank the heavens that they have Johnna the house angel (and non-girlfriend) of Ryan) a little counter balance to otherwise unavoidable total crazyness.
When BJ answered my mail saying I had a place to stay for the next couple of days both of us didn’t know that I’d still be here waiting for my bank cards, four weeks later. The first set of cards got lost in the mail and the second set got delayed because of the holidays. And even though I couldn’t have picked a better place to stay while waiting, now that my cards have finally arrived it’s time to go. Yesterday we were sitting on the couch watching Rome and after a while BJ pushed the “pause-button”, turns to me and says: “You know, when someone asks you, you could actually say you lived in Austin for a while.” When, while being a tourist, you get into this kind of a situation, you indeed feel relieved when the situation finally changes and you can get back to being tourist again. I was anyway, but I’m sure my extended stay in Austin in time will prove to be one of the high lights of my tour. It has to be, I stayed here for a whole fucking month! ;- )
Ingedeeld onder: __Nederlands
Route:
Atlanta-Pensacola 324 miles
Pensacola-Gulfport 133 miles
Gulfport-Bogalusa 68 miles
Bogalusa-Austin 528 miles
Ik begon deze reis drie maanden geleden in de stille hoop dat elke dag nieuwe verrassingen zou brengen. Verrassingen die ik als onmisbare vitaminen tot mij zou nemen om mijn aanvankelijk grenzeloze enthousiasme elke dag opnieuw een impuls te geven. De stille hoop dat de enige tegenslagen die ik zou moeten verwerken lichamelijke tegenslagen zouden zijn. De meer dan stille hoop (de verwachting) dat de veranderingen in het landschap dramatischer zouden zijn de verschuivingen in de kleuren van het bladerdak van donkergroen naar iets minder donkergroen. De hoop dat naiviteit in mijn geval hetzelfde zou zijn als realisme en dat een aaneenschakeling van hoogtepunten geen fantasie zou blijken maar werkelijkheid zou worden. Helaas.
Ongeveer een maand geleden zijn mijn bankpassen en gps gestolen en de reis naar Austin waar ik mijn nieuwe passen heen heb laten sturen markeerde niet het leukste deel van mijn reis. En hoewel het voor de hand ligt het feit dat ik bestolen was als reden hiervoor te beschouwen had ik een onweerstaanbare drang een diepere reden te vinden voor mijn stemmingswisseling van zonnig naar bewolkt. Niet alleen om de tijd te doden in het maar hardnekkig niet veranderende landschap (hoewel de ingevoegde foto, gemaakt na een dag gevuld met noodweer een hele mooie uitzondering weergeeft), maar vooral omdat ik niet wilde geloven dat mijn stemming voor het grootste gedeelte kon worden bepaald door het verlies van twee rechthoekige platte stukjes plastic.
En voor ik het wist was ik aan het piekeren over het doel van mijn reis, de zoektocht naar mijzelf en mijn plaats binnen het grote geheel. De grote zaken, de zaken die er normaal gesproken pas toe doen als je dronken bent begon ik me nu nuchter af te vragen. Het grote voordeel van dronken zijn is de sluier die langzaam maar zeker over de avond en je verstandelijke vermogens gelegd wordt. Na een tijdje hebben vragen geen antwoorden meer nodig omdat je aan het einde van de avond niet meer in staat bent de vragen te herinneren. Nuchter op een fiets over een rustige weg waar niets mij afleidt blijven de vragen zich herhalen. En zonder psychologen of de Dalai Lama langs de weg is de kans op het vinden van de antwoorden in mijn hoofd waar ik geheel aan mijn eigen logica en wijsheid ben overgeleverd bijzonder klein.
De enige remedie voor deze geestelijke toestand is een goede vervolgvraag. Staande voor het huis van mijn volgende warmshowers gastheer met mijn fiets in mijn hand werd ik op mijn wenken bediend met een hele goede vervolgvraag: “Wie is in vredesnaam die BJ (Big Jeff) Johnston die ik via warmshowers had aangeschreven?” In zijn vriendelijke antwoord had hij mij geschreven dat ik een slaapplaats had voor de komende dagen, maar dat hij waarschijnlijk aan het werk was wanneer ik bij zijn huis zou aankomen.
Terwijl ik mijn fiets aan het ontladen ben en hij inderdaad niet thuis blijkt probeer ik om mij heen kijkend een idee te krijgen van het type gastheer waar ik mijzelf had uitgenodigd. Ik kijk om mij heen en zie een erf van los grind, ingesloten aan de linkerzijde door de weg en aan de rechterzijde door wilde begroeiing, een jacuzzi en een enorme vuile, nee smerige voorheen witte onderbroek. Wat een grote smerige voorheen witte onderbroek voor de voordeur verklapt over het type gastheer is een vraag met een waarschijnlijk verontrustend antwoord. Zeker als ik de maat en staat van de onderbroek aan de naam Big Jeff koppel en gulzigheid en luiheid, twee van de zeven dodelijke zonden, met mijn steeds donkerder wordende fantasie aan de haal gaan. Helaas waren er voor nu geen verdere, meer geruststellende aanwijzingen. Alle zes ramen van het lichtgroene huis verschaften mij slechts een uitzicht totaan de gesloten luxaflex, ongeveer anderhalve centimeter achter het glas, dus hoe het huis er van binnen uit zag bleef onbeantwoord. Geblindeerde ramen zijn echter zelden hoopgevend. BJ heeft de komende dagen een slaapplaats voor mij, joepie! Ik wist niet of ik moest juichen of slikken. Omdat het buiten donker en snel kouder werd en ik geen geld had om in een hotel te overnachten besloot ik zachtjes te juichen, maar zo zachtjes dat het makkelijk had kunnen worden aangezien voor hard uitademen.
Vier uur later sta ik in een bar met ongeveer tien mensen (waarvan er geen BJ heet) cocktails weg te slammen of het vruchtensap is, wat het voor het grootste gedeelte ook is. Twee uur daarna probeer ik staande naast mijn bed BJ en Ryan (zijn huisgenoot) te overtuigen dat het voor mij nu echt tijd is te gaan slapen. Big Jeff (een bijnaam die zijn ouders al hadden gegeven toen hij een kleuter was) en Ryan blijken twee bad-ass dudes en de smerige onderbroek blijkt een rekwisiet van Halloween en huidig bezit van Homer, een zwarte zes maanden oude lieve labrador. De komende dagen beloven geen rustdagen te worden. De vorige logee (die BJ ook gevonden had via warmshowers) omschreef ze op zijn weblog als a fucking riot , wat min of meer betekent dat ze momenteel leven alsof het leven een grote fles bier is dat met een rietje dient te worden opgedronken, voor etenstijd en bij voorkeur met een onbeperkte hoeveelheid tequilashots….metaforisch gesproken natuurlijk (natuurlijk!). De huidige logee (ik) thinks they’re mentally unstable isotopes of crazy drunk Uranium, wat min of meer betekent dat ze de hemel op hun knieen mogen danken dat ze Johnna de huisengel (en vriendin van Ryan) hebben als een ietsepietsie tegengewicht voor anderzijds onvermijdbare complete gekte.
Toen BJ mij mailde dat ik een plaats had om te overnachten wisten wij allebei nog niet dat ik hier ongeveer drie weken later, in afwachting van mijn bankpassen, nog steeds zou zijn. De eerste set bankpassen was zoekgeraakt in de post en de tweede set passen was vertraagd vanwege de feestdagen. En hoewel ik geen beter huis had kunnen kiezen om de tijd door te brengen en de feestdagen aan het einde van het jaar mee te maken is het nu ik mijn passen eindelijk heb ontvangen tijd om weg te gaan. Gisteren zaten we op de bank te kijken naar Rome en na een tijdje drukt BJ op “pauze”, kijkt naar mij en zegt. Weet je, jij bent voorbij het punt van toerist-zijn. Iemand die in een gesprek kan laten vallen “Yeah, I lived in Austin for a while” is geen toerist meer. “En dat is waarom ik zo snel mogelijk weg moet wezen hier”,antwoordde ik, waarna we allemaal in lachen uitbarstten omdat ik dat de afgelopen drie weken bijna elke dag gezegd heb. Dat ik terwijl ik dit schrijf tegelijkertijd mijn tassen aan het pakken ben maakt het gelukkig deze keer waar.