Chris’ USA Tour 2006/2007


november 20, 2006, 8:31 PM'
Ingedeeld onder: __Nederlands

Dag allemaal,

 Ik schrijf me een ongeluk, maar ben vergeten te categoriseren…met als gevolg dat veel mensen mijn laatste updates niet gelezen hebben…

 Bij deze alsnog de laatste twee updates.

 Groeten,

 Chris



Sprookjes…
november 17, 2006, 1:40 AM'
Ingedeeld onder: __Nederlands

Route 1: Washington – Norfolk
Route 2: Norfolk – Salvo + Salvo – Morehead City + Morehead City – Wilmington
De overstroming werd voor mij eigenlijk pas hinderlijk na mijn vertrek uit het motel waar ik maar moeilijk afscheid van kon nemen. Ik had er niet aan gedacht dat zoveel overstroomd water er natuurlijk dagen en dagen over doet om weg te zinken in de grond. Het gevolg hiervan was dat ik mijn gps niet meer kon vertrouwen, want de geplande route is natuurlijk een onmogelijke route wanneer bepaalde wegen nog wel min of meer aanwijsbaar zijn, maar niet begaanbaar (tenzij mijn fiets een waterfiets is, wat het helaas niet is). Gelukkig scheen de zon en waaide het nauwelijks en mijn humeur was natuurlijk tijdelijk onkreukbaar na mijn heerlijke afgelopen twee nachten. En zo kwam ik zonder verder noemenswaardige incidenten kwam ik een week later aan in Washington. De stad waar president Bush zijn hond te eten geeft en het Witte Huis minder wit staat te zijn dan ik mij van foto’s meende te herinneren. Washington, wat zal ik ervan zeggen behalve dat het een stad is die naar mijn idee zelfs niet in de schaduw van New York kan staan op elk van de vijf zintuiglijke schalen. Daar waar in New York de stadsgeluiden, het uitzicht op elke hoek van welke straat dan ook en zelfs de geur van de stad nog in mijn neusgaten wanneer ik in een ruim opgezet cafe van een enorme kop koffie genoot, mij kippenvel bezorgde, daar voelde ik tijdens dezelfde kop koffie in Washington slechts de jeuk van de vele muggenbulten van de avond ervoor. Hoewel de musea in Washington zonder uitzondering prachtig waren, zowel qua ligging (rond het centraal gelegen park met om onduidelijke reden genaamd ‘The Mall’) als qua het gebodene (klik hier – kijk vooral goed naar de ‘first prize’ winner), de stad groener dan New York en de zon alle drie dagen dat ik er was zich van zijn beste kant liet zien (de voorkant), voelde ik geen moment de magie die ik in New York voelde. En na een tijdje wist ik waarom.

Het was de overduidelijke zichtbaarheid van de toeristen, met hun camera’s en opengeklapte folders en petjes en te grote zonnenbrillen, op zoek naar de volgende paal met aanwijzingen voor het eerstvolgende museum links of rechts. En hoewel New York ongetwijfeld minstens en zeer waarschijnlijk toeristischer is lossen de toeristen daar op in de rest van de omgeving, terwijl ze in Washington steeds hinderlijk zichtbaar blijven zodat ik de hele tijd het gevoel heb door een attractiepark te lopen. En het gevoel met mijn opengeklapte folders net als iedereen overduidelijk toerist te zijn maakt dat de magie verdwijnt, net als wanneer je voor het eerst de mechaniekjes ziet in de bek van de draak in de Efteling en beseft dat sprookjes niet bestaan. Maar dit is natuurlijk slechts mijn mening en misschien zelfs mijn tijdelijke mening, een mening die langzaam verandert in een heel prettige herinnering aan de mooie stad Washington met zijn prachtige musea en efficiente indeling van het centrum. Want natuurlijk is het centrum mooi, maar behalve dat ik mij al te opzichtig toeristje voelde, viel mij tijdens mijn wandeling ook ineens de gelijkenis op tussen deze stad en Germania (de door Hitler geplande hoofdstad van het derde rijk). En een paar straten verder vroeg ik mij af hoe de wereld eruit zou hebben gezien als Adolf Hitler in de Verernigde Staten geboren zou zijn… Maar, ik kan het natuurlijk ook vrolijk en licht houden.

Nadat ik uit Washington vertrokken was en een paar dagen later bij een tweesprong aankwam (de weg rechts leidde mij langs de kortste lijn naar de kustplaats Wilmington, de weg links ging langs een veel langere kromme lijn over The Outer Banks, een lange strook eilanden vergelijkbaar met onze schiereilanden) koos ik, stiekem hopend dat sommige sprookjes toch bestaan voor de route over The Outer Banks.

Verschillende mensen die ik tijdens de afgelopen dagen had gesproken, bij de benzinepomp -de oases van highways, veertigduizend verschillende drankjes, ijskoud wachtend achter glas, smekend om de verlosser die ze zal bevrijden van hun dop, ondertussen hun belofte van de etiketten spattend dat wie hen neemt zal worden bevrijd van zijn dorst. En ik, il hombre muy sympatico heb inmiddels al vele flesjes geadopteerd als mijn eigen kind en vermoed dat ik inmiddels voor een kleine dertig procent besta uit de geraffineerde suikers uit deze drankjes en ja, ik heb alle suikermoleculen even lief… zij zijn mijn eigen vlees en bloed!- , in de State Parks, langs de kant van de weg, in de huiskamer van een gezin dat mij had uitgenodigd een dagje in hun opgedofte schuur of vakantiehuisje of bar of hoe je het wilt noemen te logeren en allemaal hadden zij mij verteld…The Outer Banks are great! En zoals ik al zei, stiekem hopend dat sprookjes toch soms waar zijn besloot ik rechtsaf te slaan. Ik wist niet precies wat ik moest verwachten, in ieder geval niet dat het sprookje al bij de eerste bladzijde zou worden uitgeblazen door een verveelde olifant die even helemaal geen zin had het hele stuk langs te outer Banks mee te wandelen en deze tourist te plezieren met een prachtig, spannend en uiteindelijk ontroerend verhaal over een lange smalle strook eilanden langs de zuidoostkust in een land heel heel ver van Nederland vandaan.

Helaas, de eerste aanblik van The Outer Banks was een lange rij enigszins verpauperde huizen, zonder uitzondering gebouwd op een heuvel zand precies hoog genoeg om mij het uitzicht op zee te ontnemen. Gelukkig rook het nog wel naar de zee en het overvloedige zand langs en over de weg gaf mij in ieder geval een beetje het idee aan de kust te zijn. De volgende dag besloot ik een national historic site te bezoeken in Kitty Hawk en hier stond mij een verrassing te wachten, of eigenlijk twee verrassingen. De eerste verrassing was natuurlijk niet dat hier de gebroeders Wright hun eerste en tegelijk ’s werelds eerste vlucht hadden gemaakt, het zou pas een verrassing zijn geweest als dit de national historic site zou zijn vanwege het feit dat de broers hier hun jaarlijkse barbecue hielden, gezellig alleen met het gezin.

Nee, de eerste verrassing was het feit dat de broers geen enorme opleiding hadden genoten en hun diepe inzicht in de fundamentele natuurkunde gebruikte om het tot dan toe voor onmogelijk gehoudene ‘de vliegende mensch’ mogelijk te maken.

Ze bezaten deze fundamentele kennis van nature en waar ze ieder afzonderlijk steeds op nieuwe op te lossen problemen stuitte, was daar steeds de broer die met de oplossing kwam, net zolang tot ze jaren later op een koude novembermorgen hun uitvinding voor het eerst honderden meters door de lucht zagen zweven. Maar de tweede verrassing, dat wat ik dan juist weer heel erg leuk vond, was dat de broers voor zij bekend werden een fietswinkel hadden en veel van de mechanica in het vliegtuig bleek een creatieve vertaling van wat zij gebruikten voor het laten werken van de fiets. De gebroeders Wright waren dus liefhebbers van fietsen! Ik voelde mijn fiets bijna een sprongetje maken van trots.In de hal waar de presentatie over het leven van de broers werd gegeven was ook een portretgallerij van belangrijke mensen voor de luchtvaartindustrie. Op een van de schilderijen was er op de achtergrond een circus te zien en rechts in de hoek stond een olifant en vlak voor ik mijn ogen afwendde naar het volgende schilderij gaf hij mij een knipoog…of?



De staat is vriendelijk, de staat is onvriendelijk
november 3, 2006, 9:49 PM'
Ingedeeld onder: __Nederlands

Bericht vooraf: Vanaf nu zal ik routes toevoegen waarbinnen de verhalen hieronder zich afspelen. Zo krijg je behalve een idee wat ik meemaak ook een idee van waar ik het meemaak.

Route: Lancaster – Waverly

Dit bericht schrijf ik vanuit een hotel, maar deze keer geen barmhartige samaritaan die zijn portomonnee getrokken heeft om het mij een beetje naar de zin te maken of om wederom te bewijzen dat Amerikanen echt zulke plezierige mensen zijn (hoewel ik momenteel niets anders kan vaststellen). Nee, deze keer is het de staat die mij de hand gereikt heeft. En dan te bedenken dat ik nog maar een paar dagen geleden ten overstaande van een wetshandhaver heb laten weten dat juist de overheid voor mijn enige slechte ervaring in Amerika verantwoordelijk was. Had ik deze man ontmoet na mijn overnachting in dit hotel, dan zou ik ongetwijfeld milder zijn geweest in mijn oordeel.

Voor ik uit de doeken doe waarom de overheid de hand in de beurs steekt zodat ik een heerlijke twee dagen tegemoet kan zien in een hotel voorzien van alle vanzelfsprekende gemakken, wil ik jullie eerst vertellen van mijn enige slechte ervaring met de overheid.

De dag was zo mooi begonnen. Het was warm, ik had wind in mijn rug, de zon in mijn gezicht en soepel fietsend ging het vlakke land van de Amish langzaam over in dikke bomenrijen waar doorheen vogeltjes vlogen die ik nog nooit gezien had, zo rood als vuur en zingend als Abba. En zo gingen de uren bijna ongemerkt voorbij. Met de ruisende bladeren en Radio 10 Gold op de achtergrond belandde ik uiteindelijk, zo zei mijn gps, mijn slaapplaats voor die avond…of…? Ik kijk naar rechts, want mijn gps zegt ‘rechtsaf’, maar mijn ogen zeggen ‘bosjes’! Dan nog maar een stukje doorfietsen, misschen is de weg iets verlegd. En inderdaad, een kleine vijfhonderd meter verder is daar alsnog het park.

Op dat moment had ik zoemend een kleine negentig kilometer gefietst en was het bijna half zeven. Ik fiets het park in en zie direct aan mijn linkerhand het bezoekerscentrum waar ik mij zou kunnen aanmelden. Ik twijfel of ik niet gewoon verder zal fietsen, handelend volgens het ‘wat niet weet wat niet deert’ principe, maar na een paar besluiteloze bochten besluit ik toch om te keren en een ranger op de hoogte te brengen van mijn aanwezigheid. Rangers zijn oplettende mensen en ik heb geen zin in het geluid van roffelende vingers op mijn tentzeil, gevolgd door de opmerking dat ik een andere slaapplaats zou moeten zoeken omdat dit stukje gras niet bedoeld is voor kampeerders. Ik fiets terug naar het bezoekerscentrum, stap van mijn fiets, loop het trapje op en ga naar binnen.

Nu had ik de herkenbare swoosh-geluiden gevolgd door de even herkenbare plastic-op-titanium-tik wel gehoord, maar pas op het moment dat mijn hersens deze geluiden met de bijbehorende activiteit aan het koppelen is heb ik de jongen, die er helemaal niet uitziet als een ranger (maar sprekend lijkt op een verveelde begin twintiger in een rood poloshirt) of het oke is dat ik in het park hierachter mijn tent opzet. Nadat hij (natuurlijk) nee gezegd heeft, maar mij heeft verwezen naar een park hier vlak in de buurt waar ik wel kan overnachten. Ik daal het trapje weer af en besef tegelijkertijd dat dit het enige gebouwtje is in de eerste paar honderd meter van het park en dat er waarschijnlijk helemaal geen ranger is. Had ik nu gewoon niets gezegd dan had ik hier gewoon mijn tentje op kunnen zetten. Gelukkig is er niets aan de hand, want er is hier vlakbij nog een park. Pocahontas State Park…Pocahontas!, het sprookje is gelukkig nog niet uitgeblazen en gaat schijnbaar nog een paar bladzijdes verder. Of?

De ingang van Pocahontas State Park blijkt inderdaad slechts enkele kilometers verwijderd van het park van zojuist. Gelukkig, want de schemer is al bijna ingewisseld voor het pikdonker van de nacht en daarbij heb ik wel genoeg gefietst voor vandaag. De briljante ontwerpers van het park waren echter van mening dat de taak mensen het gevoel te geven midden in de natuur te verkeren niet te licht moest worden opgevat en hoe beter dit gevoel te creeren dan het kampeerterrein aan het einde van een 20(!) kilometer lange kronkelige weg neer te leggen? Geen probleem wanneer je met de auto bent (lees iedereen min ik) en je wanneer het mogelijk zou zijn zelfs de auto zou gebruiken om je neus te snuiten, voor mij met de bocht frusterender. Er is namelijk geen cel in mijn brein die het kampeerterrein op meer dan een mijl afstand van de ingang van het park verwacht, dus misschien begrijp je mijn frustratie als ik tientallen bochten achter elkaar alleen maar nog meer bochten zie en na een tijdje alles wat leeft binnen een cirkel van 20 kilometer wil vermoorden met een boodschappentas vol handgranaten…tot ik ineens bijna tegen een bord opbots met daarop de woorden ‘Campground A’ en ‘Campground B’ en alleen nog maar aan een warme douche kan denken (die er uiteindelijk niet blijkt te zijn).

De woorden van de state policeman (opgetrommeld na mijn eis iemand te spreken voor ik ging betalen) de volgende ochtend waren ook vol begrip, zijn ogen en verveelde houding tijdens het delen van dit begrip een stuk minder. Het feit dat hij binnen drie zinnen begon te schermen met opmerkingen als ‘overnachten in een politiecel’ en ‘in de boeien slaan voor zoiets als dit’ spraken ook niet in het voordeel van empathie. En zo was het probleem, nadat ik had betaald en hij uit het zicht was verdwenen weer alleen mijn probleem, maar in ieder geval had ik ervoor gezorgd dat die ochtend iemand zijn dikke reet uit zijn warme leren stoel gehesen had om naar MIJN probleem te luisteren en met deze gedachte fietste ik zachtjes fluitend het Pocahontas park weer uit.

Een paar dagen later, geen state parks in de buurt en op weg naar een camping uit een gele gids half zo dik als de gouden gids, vol lokaties van goedkope campings (een gids die ik nu meesjouw als een halve kilo extra gewicht, terwijl ik al meer spullen door het land heen sleur dan sommige mensen met een camper zo groot als een vuilniswagen, waaronder het behulpzame echtpaar van wie ik deze gids gekregen heb). De gids brengt mij naar het dorpje Waverly en vandaar zou ik een weg moeten nemen die, volgens niemand op het politiebureau dat ik uiteindelijk besluit te bezoeken, bestaat.

Het heeft de hele dag geregend en ik ben blij wanneer zij mij vertellen dat ik mijn tent wat hen betreft in het park een paar honderd meter verderop mag opzettten. Ik zet mijn tent op en besluit verder te lezen in Moby Dick, het prachtige boek over de jacht op de witte potvis Moby Dick. Met de steeds harder wordende regen roffelend op mijn tent voel ik mij al snel alsof de walvis het op mij gemunt heeft en ongenadig hard zijn voorhoofd tegen mijn tentzeil leegsproeid. Die nacht word ik bijna elk uur wakker en elk uur lijkt het harder te regenen dan het uur ervoor, tot het punt dat ik twijfel of ik mijn tent niet per ongeluk heb opgezet op het oefenterrein van de lokale schietclub waar vijfhonderd schietgrage rednecks een feestje aan het bouwen zijn en voor de lol hun volautmatische geweren leegschieten op een krankzinnige hoeveelheid pallets vol lege flessen rondom mijn tent onder het genot van een onberperkte hoeveelheid blikjes Bud. Omdat ik vanuit mijn tent niet naar buiten kan kijken is kijken of mijn spullen in de voortent niet nat worden (of wegspoelen) het enige wat ik kan doen. Gelukkig blijken al mijn spullen in de voortent de volgende ochtend nog droog, maar als ik een blik naar buiten waag (het regent nog steeds ongelofelijk hard) voel ik mij als Noach op het moment dat zijn ark werd opgetild door het water.

Mijn tent staat, onwaarschijnlijk gelukkig (en toevallig) op het enige droge stukje land in het hele park en direct besef ik dat ik heel dringend behoefte heb aan informatie, meteorologische informatie en besluit opnieuw het politiebureau te bezoeken. Ik pak mijn fiets, maar moet al snel afstappen omdat ik de weg niet kan zien. Met het water op sommige plaatsen totaan mijn dijen besef ik dat dit gebied officieel overstroomd is en als ik aankom bij het politiebureau word ik direct naar een kamer gebracht waar meerdere mensen achter een kop hete koffie wachten op wat komen gaat.

Hoewel ik officieel geen amerikaansstaatsburger ben, wat mij het recht op bescherming ontneemt, eindigt mijn dag na uren wachten in het politiebureau en daarna een school enkele kilometers verderop uiteindelijk in het hotel waar ik, zoals gezegd, dit verslag aan het schrijven ben.

Naschrift: In mijn eerste verslag “De voorbereiding” schrijf ik over slecht weer en de angst voor wat gebeurd als de regen een storm wordt, een storm die enkele dagen aanhoudt. Nou, heerlijk rozig in een warm bad in een dampende badkamer omgeven met de geur van wilde limoenen en het vooruitzicht van een spannende film die ik zo dadelijk ga kijken vanuit mijn heerlijk zachte bed tien meter boven de grond in een hotel dat mij geen cent kost zonder dat ik mij hoef zorgen te maken over het weer voor morgen omdat ik morgen nog zo’n heerlijke dag ga meemaken, kijk ik al bijna uit naar de volgende overstroming.